Maandag 19 juni 2017: Het Noorderlicht

Zo, het zit er voorlopig weer even op. Het werk bedoel ik dan. Er wachten ons weer drie weken (welverdiende) vakantie. Gister heb ik een week werken afgesloten en was ik eigenlijk direct in de vakantie modus. Het was heerlijk weer, zo’n 25 graden. Heerlijk buiten gezeten. ’s Middags kwamen Martine en Symen nog even langs en daarna zijn we de tuin nog even ingedoken. Jammer genoeg moest Symen vroeg weg omdat hij cursus had in Almere.

Daarna de Chinees gebeld en de dagschotel laten bezorgen. Aege had een broodje kebab gehaald dus voor iedereen was er iets naar de zin. Na het eten de caravan alvast even in de richting gezet die die vandaag op moet. Met vereende krachten dus dat was een makkie. Het is bijna de langste dag en het was heerlijk weer dus we hebben met zijn allen tot laat in de avond buiten gezeten.

Alle kinderen moesten werken vanmorgen dus we waren met zijn tweeën over. Rustig aan. Ons eerste doel deze vakantie is Ransdorp, zo’n 48 kilometer rijden. Dat halen we dus zonder problemen. Vanmorgen nog even de laatste boodschappen gedaan, alles op ons gemak ingeladen en rond half vier hebben we de reis aangevat. Drie kwartier later kwamen we op de plaats van bestemming aan. Net als altijd werden we buitengewoon hartelijk ontvangen door de campingeigenaar die een verrassing voor ons in het verschiet had.

Omdat het een lustrumjubileum was (we kwamen voor de vijfde achtereenvolgende keer) trakteerde hij ons op een etentje in Amsterdam Noord. We gingen naar het voormalige terrein van de Amsterdamse Droogdok en Scheepsbouw Maatschappij. Op dit voormalige fabrieksterrein zij allerlei ontwikkelingen gaande. Eertijds werd dit gebied gekenmerkt door zware industrie, schepen werden hier gebouwd en gerepareerd. Waar eens de klinkhamers klonken, het blauwe licht van laswerkzaamheden de duisternis verdrong en de lucht doordrongen was door de zware lucht van cokes en steenkool heerst nu een heel andere sfeer. Het zware ambacht heeft plaats gemaakt voor alternatieve activiteiten. Kunstenaars , restaurateurs en snelle internetbedrijfjes hebben bezit genomen van de hallen waar ooit machtige schepen het licht zagen. Een boeiende ontwikkeling.

Postnatale hippies hebben hun plaats ingenomen. Alternatieve ondernemers die onder met ogenschijnlijke jaren zestig attitude het ondernemerschap aangrijpen en die, in tegenstelling tot de flower power generatie, het verdienen van geld niet als een zonde zien. Het is ze gegund. Zolang ze een prestatie leveren die een goede vergoeding waard is, is het prima. Wanneer je met plezier betaalt geven ze blijk van goed ondernemerschap.

Na wat zoeken kwamen we terecht bij ‘Noorderlicht’. Een leuke tent aan de oever van het IJ met een mooi uitzicht over de stad. Er was wat weinig plek maar we zagen een tafel die was gereserveerd om 18.00 uur. Het was inmiddels 18.45 en ik ging naar de serveerster en verontschuldigde me dat  we zo laat waren. We konden direct aanschuiven. Gelukkig kwamen de oorspronkelijke restervanten niet opdagen, geluk voor ons. Wit bier en een witte droge als aperitief en daarna wat alternatieve gerechten. Pulled porc met jalapeñasaus , Quinoa met gevulde paprika, Jodenhaas met aardappelpuree en gemengde groente en procureur met aardappelsalade op zure roombasis en maiskolf vormden ons diner. Het smaakte prima.

Rond een uur of negen waren we weer op de ‘camping’ en hebben we de vuurkorf aangestoken.  Na nog een borrel kwam middernacht in zicht en dat was voor ons het moment om het bed op te zoeken. Het was een prachtige eerste dag. We hopen dat dit goede begin er nog vele doet volgen.

Dinsdag 20 juni 2017: Bob en Annie

Vergeten in de schuur stond hij, bedekt met stof en hooi, de scooter van mijn broer. Tot hij een maand of wat geleden herontdekt werd. Na een bezoek aan de brommerdokter loopt hij weer als een zonnetje en is hij het zomertransportmiddel geworden. Voor dagen zoals vandaag met rond de 30 graden op de thermometer. Na een wel heel rustige start hebben we een rondje omgeving gemaakt. Eerst even een proefrondje want voor mij was het berijden van een gemotoriseerde tweewieler ook al weer enige tijd geleden. Daarna even wat leeftocht ingeladen, moeder achterop, en daar gingen we, richting het zuiden. Het leek wel een reprise van Bob en Annie de Rooij.

Het besturen en bedienen van zo’n apparaat is niet bijster ingewikkeld, het volgen van de regels is dat wel. Soms mag je op de rijbaan, soms moet je er op. Dan zijn er momenten dat je moet maar liever niet wilt. Wanneer je gedwongen op het fietspad rijdt kan het zijn dat je er 1, 2, 3 vanaf moet en hetzelfde kan het geval zijn wanneer je op de rijbaan rijdt. Je kunt wel zeggen dat de denkwijze van de inrichters van het wegennet onnavolgbaar zijn. Voor mij, als bijna maagdelijke scooterberijder, althans wel.

Via de Jane Mansfieldbrug, (de BH-brug die IJburg met het vasteland verbindt) kwamen we op IJburg terecht en na een rondje daar zijn we richting Muiden gereden. Bij Muiden stroomt de Vecht het IJsselmeer in. Daar liggen ook de oude Zeesluizen. Via deze verbinding kon men, voor de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, van de Zuiderzee naar de Rijn varen. Een belangrijke verbinding dus en dat is aan de omvang van het bouwwerk ook wel te zien. Nu wordt de sluis voor 99% voor de pleziervaart gebruikt en inderdaad, dit soort verplaatsing over het water geeft een hoop plezier.

We hadden ons geinstalleerd op het terras van Ome Ko dat direct naast de sluis ligt. De boten die geschut worden liggen dan pal naast je. De onervarenheid van de meeste schippers met het sluisgebeuren geeft de gemiddelde terrasbezoeker een hoop vermaak. Boten worden niet goed aangemeerd of rammen de kades. Soms houdt men geen rekening dat het water in de sluis kan zakken en worden de boten goed vast aangemeerd en komen dan aan de trossen te hangen. Geweldig om te zien en de onderlinge tirades aan te horen: ‘Nee, die bolder, neehee, één verder, je ziet toch waar ik naar wijs. Laat nou vieren dat touw, vieren hoor je me? Gebruik je pikhaak dan ook! Moet ik dan alles zelf doen?’

Verder is het opvallend dat het, wanneer er een vrouw aan boord is, zij het altijd is die met de touwen staat te stuntelen. De kapitein, in bijna alle gevallen een man, heeft het natuurlijk te druk met het vasthouden van het roer en de gashandel en het navigeren. Ja, en mannen kunnen van nature natuurlijk goed varen. Dat is het gevolg van een soort genetische code in het Hollandse mannelijk DNA. Het waren per slot van rekening niet Petronella Hein en Michaëla de Ruijter die ons land maritieme historie gebracht hebben. Met dat in het achterhoofd worden vanuit de stuurhut de bevelen en verwijten over het voordek geschald, tot groot vermaak van de mensen aan wal waaronder zich, zoals gebruikelijk, de beste stuurlui bevinden. Het was jammer dat het nog geen bootjes-hoogseizoen was. Met de sluizen vol wordt het natuurlijk nog spannender.

Vanuit Muiden zijn we naar Naarden-Vesting gereden. Vanaf de snelweg hebben we het tientallen keren zien liggen maar we hebben het nog nooit bezocht. Het is een pareltje. Hoewel de oorsprong van de vestingwerken al veel ouder zijn dateren de meesten van het einde van de 19e eeuw, zo rond 1880 en die zien er geweldig uit. De stad zelf is ook de moeite waard om eens rond te kijken. We zijn ook nog even bij Jan des Bouvrie in het Arsenaal langs geweest. We laveerden tussen de Landrovers en BMW X-vijven door maar wonderwel pasten we wel in het plaatje op ons witte brommertje. Jan zou zomaar opgewonden kunnen raken van onze kleurkeuze. Daarna via Muiderberg richting Weesp.

Nog zo’n plek waar ik een heel andere verwachting van had. Weesp heeft een beetje een dorps karakter en sprak me erg aan. Zo dicht bij huis zoveel verrassingen, we moeten toch maar eens wat vaker in de buurt rond gaan kijken. Rond een uur of vijf reden we het erf weer op. Een maaltijdsalade met een glas rosé besloot deze dag. Voor ons was het een openbaring, zo’n dag op de brommer.

Woensdag 21 juni 2017: Hans Zimmer

Het is vandaag de langste dag, volgens de klok der seizoenen begint vandaag de zomer maar volgens het gevoel is hij allang begonnen. Het is al weken mooi weer maar de afgelopen tijd was schijnbaar maar een opstapje naar vandaag. Dertig plus op de thermometer in de hut, buiten is het iets beter te behappen vanwege de wind die er staat. Ieder plekje schaduw dat er is benutten we om beschutting tegen de zon te zoeken.

Het weer heeft ook een positief effect. Je wordt nu wel gedwongen om echt ‘vakantie’ te houden. Het grote nietsdoen omdat iedere inspanning eigenlijk te veel is. Vanmorgen dus heel rustig aan gedaan. Even een uurtje in de tuin met de grasmaaier om de onder het gras verdwenen hortentias weer tevoorschijn te toveren was ongeveer de enige bezigheid die we uitgevoerd hebben.

’s Middags had Jantiene met Anne een afspraak in het AMC dus de mannen hadden even de vrijheid. Samen met mijn broer op de Jan des Bouvriebrommer de stad in. We moesten even langs  een boekhandel en daarna zijn we richting Spui gegaan, naar café Van Zwart. Mooi op een terras, mensen kijken en genieten van een mooi glas witbier. Wat een geweldige plek. Helaas was onze tijd beperkt omdat we vanavond met Anne en Jim naar een concert in het Ziggodome. Hans Zimmer treedt daar op.

Mogelijk zegt de naam u niets, ik had het zelfde toen we de kaarten kregen. Nooit van gehoord dacht ik maar dat is niet zo. We hebben wellicht nog nooit van hem gehoord maar daarentegen hebben we allemaal wel eens iets van hem gehoord. Ik denk dat de helft van de Nederlandse huisgezinnen wel iets van hem op de plank heeft liggen. Hans is namelijk gespecialiseerd in het schrijven van filmmuziek. Gladiator, Grimson Tide, Lion King, Pirates of the Carrabean, Batman, De da Vinci code, Kung Fu Panda, The last samurai, Sherlock Holmes en noem maar op. Natuurlijk is het beeld bij een film het belangrijkst maar de ondersteunende muziek is ook voor een groot gedeelte sfeerbepalend.

Afgeladen vol was het en het werd een geweldige avond. Een orkest van een man of vijftig met koor. Van kwart over acht tot kwart over elf was het genieten. Echt iets om nog eens te doen. Rond een uur of twaalf waren we terug bij de caravan. Het was nog lekker warm buiten en, hoewel het tegenstrijdig klinkt, gingen we mooi de caravan in. Buiten werd je lek gestoken. Nog even een uurtje nagenoten terwijl onze mobiele airco de boel op een acceptabele temperatuur hield. En op het moment dat wij naar bed gingen was onze laatste dag hier al aangebroken. Donderdag nog even een dag rustig aan want er worden weer tropische temperaturen verwacht en vrijdag verzetten we de bakens oostwaarts.

Donderdag 22 juni 2017: Onweer

Het was een rommelige nacht, de warmte deed zich gelden. Wakker, slokkie drinken, laken er over, laken er af, kortom, je wordt vermoeider wakker dan dat je naar bed gaat. Een uur of negen was het toen de thermometer al 28 graden aangaf. Het zou een warme dag worden. Zoals gezegd, morgen gaan we hier weer vandaan en we zijn al een paar dagen onderweg. Een mooi moment dus om nog even de wasmachine vol te gooien. Het droogde als een Jekko, toen het laatste aan de lijn hing was het eerste al weer droog.

Rond een uur of twaalf even richting Ransdorp gelopen en een kop koffie in Het Zwaantje gedronken. We waren vergeten geld mee te nemen maar gelukkig konden we het op de lat laten schrijven. Toen we terug liepen was de Ransdorper brandweer bij de kerk bezig. De hele lagere school was ook aanwezig. Waterspelletjes, het was te warm in de klas. Prachtig mooi voor die jongens. Elkaar, en natuurlijk ook de juffrouw, natspuiten hoewel niet iedereen het leuk vond. Een paar kleine meisjes stonden rillend van de kou achter een boom verstopt, bang om natgespoten te worden.

Eenmaal weer ‘thuis’ eerst even een broodje genomen en vanmiddag de gaten in de koelkast weer opgevuld. Even naar de Landmarkt. Toen we de fiets weer pakten om terug te gaan zagen we het aan de horizon dreigend grijs kleuren. Een zomerse onweersbui kondigde zich aan. Rond een uur of vier begon het te spetteren en iets later gingen de sluizen open. De wereld is er wel aan toe, overal is het kurkdroog dus kwaad kan het niet. In no-time stond het pad hier blank. Na een half uur keiharde regen brak de hemel weer open en aan het zich verwijderende gerommel viel op te maken dat we het ergste hadden gehad en dat bracht bij mij een jeugdherinnering naar boven.

Vroeger bij onze tandarts, dokter Akema, hing boven aan de trap een bordje. Akema was geen prettige man. Ik beschouwde hem als een incarnatie van een lid van de inquisitie. Een scherprechter die met de meest onmenselijke marteltechnieken aan de weet probeerde te komen of ik mijn tanden wel had gepoetst. Natuurlijk had ik dat niet. Niemand in het dorp deed dat. Ja, misschien op zaterdagavond wanneer ik uit de teil stapte na mijn wekelijkse wasbeurt. Met het water dat eerst door mijn zus en broer gebruikt was, maar regelmatig poetsen, nee dat gebeurde niet. Tandzorg was wel één van de laatste prioriteiten die we hadden. Wanneer het gebit wat minder werd boekte je een reisje Rotterdam bij de Magneet, het reisbureau in Alkmaar. In Rotterdam werden dan je tanden getrokken en kreeg je op de zelfde dag een stel prachtige kunststof klappers aangemeten. Dat waren nog eens gezellige dagen, een mooie dag uit en je had nooit meer kiespijn.

Maar terug naar de Nassaulaan, de straat waar Akema zat…. het was een moeilijk moment wanneer je de zware deur opende en richting de wachtkamer ging die op de eerste verdieping lag. Met lood in de schoenen kwam je dan boven aan die eindeloze, krakende trap en daar hing het, een mooi ingelijst borduurwerkje, kruissteekjes, waarschijnlijk van de hand van de moeder van tandarts. ‘Het moment van pijn is even klein, als het moment van vreugd wat langer heugt’ liet het ons weten. Nu leek het moment van pijn mij altijd langer voor te komen dan het borduurwerkje suggereerde. Altijd vond hij wel weer wat en naar later bleek waren de reparaties beneden peil. Dat kwam waarschijnlijk omdat wij ‘Fonds’ waren en geen particulier. Hoewel je het niet verwachtte wanneer je in de stoel zat kwam er altijd weer een einde aan de ellende. Met lichte tred ging je de trap weer af. Dat kwam waarschijnlijk omdat het lood wat je eerst in je schoenen had nu in je kiezen zat. Opgelucht sprong je dan weer op je fiets, blij dat je weer weg kon en je niet realiserend hoe kort het halve jaar, dat tussen dit en het volgende bezoek zat, zou duren.

Ja, ‘het moment van pijn is even klein…’ gold nu ook voor de weersomstandigheden. De onweersbui was niet lang maar wel heftig. De hele camping stond blank. Gelukkig was het ook vrij snel weer droog, de wereld kon wel een beetje water gebruiken. Vanavond hadden we familiediner. Het was echter een kleine delegatie die acte de présence gaf. Of dit nu kwam doordat ze verhinderd waren of dat we vergeten waren ze uit te nodigen wil ik even in het midden laten. Vier leden schoven er slechts aan. Het lijkt niet veel maar onze tak heeft wel eens uit minder leden bestaan dus in dat licht bezien… Heerlijk gegeten. Een mooie biefstuk met een wel heel stevig merlot en een moot kabeljauw met bisque van croustillades. Dat samen met, zoals het op de kaart stond, oerfrites, het kon niet beter. Na de maaltijd zouden we nog even langsgaan bij de Zwaan om onze koffie van vanmorgen te betalen maar helaas, ze waren al gesloten. We hebben de avond dus maar even besloten in Villa Sleurhut met een mooie senseo. Het was weer een prima dag.

Vrijdag 23 juni 2017: Rotgesbutel

Het was een wat vervelende nacht, met een hoop gehoest en gekuch, maar uiteindelijk wisten we het toch te rekken tot kwart voor acht. De regen van gisteravond had voor een hoop verkoeling gezorgd en dat was ook vanmorgen nog te merken. Rustig aan de boel een beetje opgeruimd en ontbeten. Het was rond kwart over negen toen de kar weer aan de trekknop hing en we eigenlijk klaar waren om op pad te gaan. Maar voor het zover was eerst nog even een kop koffie met zijn allen gedronken. Iets voor tienen verlieten we Ransdorp.

We gaan naar het oosten maar dat zal de vaste lezer ongetwijfeld al uit de titel van de blog opgemaakt hebben. Twee jaar geleden waren we ook in het oosten van Duitsland en hebben we geprobeerd om nog even wat van de geur van het oude Oostblok op te snuiven. Dat lukte wonderwel. Hoewel het al vijfentwintig jaar geleden is dat de muur viel heeft De Sociale Heilstaat toch duidelijk haar sporen achter gelaten. Of het een achterstand is in vergelijking met het westen wil ik niet zo direct zeggen. Op sommige gebieden vond ik ze rijker, vooral wat betreft de contacten die we maakten. Verder ademt het meer de bezadigde, rustige sfeer van weleer. Meer dan het westen in ieder geval waar men meer bezig is met het verhogen van het Bruto Nationaal Product. Dat gevoel kregen we althans in de streek waar we ons twee jaar geleden bevonden. Hoe dat zich nu zal openbaren moeten we natuurlijk nog ontdekken.

De reis verliep vrij voorspoedig. Dat wil zeggen, tot Bad Oeynhausen. Daar houdt namelijk de snelweg op en moet je een stuk door de stad heen omdat het begrip Rondweg hier nog niet helemaal ingeburgerd is. Daarna begon de ellende. Het ene wegherstel na het andere. Bij ons is er ook wel eens iets aan de hand maar hier nemen ze direct 30 kilometer onder handen. Daarbij kwam nog dat er ontzettend veel vrachtverkeer op de weg was en het was vrijdag, altijd een drukke dag.

Het schoot niks op, we hadden op een gegeven moment de snelheid van een drol met zeven graden vorst. Buitengewoon frustrerend is het dan om boven de weg een spandoek te zien hangen dat het wel even rustiger aan kan. We reden al bijna achteruit… Tweeëneenhalf tot drie uur duurde de onzin, net wanneer je dacht dat je er uit was kwam je in de volgende Stau (file) terecht. We hadden eigenlijk het plan opgepakt om door te rijden naar Räbke, de plaats waar we twee jaar geleden op zo droeve wijze afscheid hebben moeten nemen van onze ouwe, trouwe, rode bus. Dat haalden we niet. We bevinden ons op dit moment in Rötgesbutel op campingplatz Glockenheide. Het was vijf uur en we waren het zat. Dit was volgens de navigatie wel de eerste maar niet de beste camping in de buurt.

Nou ja, niet de beste, op het eerste gezicht ziet het er wat rommelig uit en er is wat achterstallig onderhoud maar er heerst hier een vrije geest maar dat is ook wat waard. De konijnen huppelen door de voortent en het is niet druk. Dan mogen de accommodaties wel niet helemaal up-to-date zijn maar een kniesoor die daar voor 12 euro per nacht op let. Het is even voor een nacht, morgen willen we de tocht naar Dresden voltooien, het liefst over de door ons zo geliefde binnenwegen. Ja, en voor vandaag, eigenlijk geen nieuws. Dat heb je zo met reisdagen. Morgen beter zullen we maar denken.

 

Zaterdag 24 juni 2014: Verwarrende namen

Het was weer een onderbroken nacht. De hoest had bezit van me genomen en dat kwam het slapen niet ten goede. Op een gegeven moment werd het te erg en ben ik er maar uit gegaan en net als gisteren zag ik de zon weer op komen. Het was een gezellige boel buiten, volop konijntjes en vogeltjes en leek wel of ze helemaal niet schuw waren. De buitenlucht deed me waarschijnlijk goed wan na een klein uur, het was toen even over zessen, ben ik er hoestvrij nog maar even ingekropen.

Iets over achten zaten we aan de koffie en een broodje. En hoewel de douches schoon oogden was er toch iets wat ons tegenhield om er gebruik van te maken. Om negen uur was alles ingepakt en konden we gaan betalen. Dat wil zeggen, eerst moest ons stroomgebruik nog vastgesteld worden. Dertig cent per KwH betalen we hier. Dat kan natuurlijk ook nooit uit. Dat dekt misschien de stroomkosten net maar die meterkasten zijn hier ook niet vanzelf aan de bomen gegroeid… Maar goed, ik ben de beheerder natuurlijk niet in die is uiteindelijk verantwoordelijk voor zijn budget.

Voor we de snelweg op gingen nog even getankt en dat doe je hier ook met plezier. Ruim twintig cent goedkoper dan in Nederland. Volgeladen terug naar het asfalt en de reis richting Dresden voortgezet. Iets voorbij Helmstedt kwamen we bij Marienborn, de voormalige grenspost tussen de DDR en het westen. Het heeft helemaal geen functie meer maar men heeft het laten staan. Je kunt de kantoren, douaneposten en wachttorens bezoeken en eerlijk is eerlijk, het benauwt toch wel een beetje.

De kantoren zijn gedeeltelijk nog ingericht, met uniforen in de kast en kalasnikovs aan de muur en er is niet veel verbeelding voor nodig om je voor te stellen hoe het ooit was. Bij twijfel van de douaniers werd je hele auto uit elkaar getrokken en de kosten waren voor de gecontroleerde. Want wees eerlijk, je hoeft natuurlijk niet de grens over. Na pakweg twintig minuten weer verder gereden. De weg naar Berlijn gevolgd tot aan Maagdenburg (ja, die van de halve vacuüm bollen) en daarna gingen we naar het zuiden. Kilometers regen zich aaneen als kralen aan een ketting. Het was een vermoeiende rit, warm met een monotoon landschap en de nacht die ik had gehad werkte er ook niet helemaal aan mee.

Uiteindelijk, na de nodige pitstops om koffie te scoren, kwamen we in de buurt van Dresden. Ik had me voorgenomen om iets voor Dresden de snelweg af te gaan want ik had een beetje het idee dat we, om de door ons uitgezochte camping te kunnen bereiken, dwars door de stad zouden moeten rijden. En daar had ik geen zin in. Ik ben al een keer dwars door Parijs heen gereden en dat vond ik toen ook geen pretje. We hadden de Tomtom mee dus eigenlijk kon er weinig mis gaan. Hoewel, ik had wel naast de weinig originele naamgeving van de dorpen hier gerekend. De route liep langs Meissen, Radeburg en Radeberg. Wanneer je even niet oplet rijd je eerst naar de verste en ga je dan weer terug. Wanneer je er dan ook nog achter komt dat er een Reigenberg en een Radebeul op de borden staat kan je misschien begrijpen dat het verwarrend werkt. En inderdaad, dat deed het. Het schoot niet echt op maar uiteindelijk begrepen we de fout en konden we het rechttrekken maar toen hadden we al zeker 60 extra kilometers op de teller.

Uiteindelijk zijn we toch in Kleinröhrsdorf aangekomen. Het dorp bestaat voor ongeveer 60% uit de camping dus dat kon niet mis. Wat een verschil met gisteren. Alles tiptop voor elkaar. Nog even problemen gehad met het opzetten van de voortent. Eén van de haakjes waar je de stokken in ophangt hield het voor gezien maar gelukkig kon ik dit repareren met een leidingbeugeltje anno 1960. Die dingen zijn ook overal goed voor.  Vanavond lekker uit eten geweest, geen zin meer om te koken. Ik aan de forel met gekookte aardappelen en komkommersla en Jantiene had een kippen zigeunerspies met gebakken aardappelen en een warme paprikaschotel. Een bord vol voor net ruim een tientje. Voor dat geld kan je eigenlijk niet koken. Vanavond rustig aan. De enige activiteit bestond uit het opladen van de fietsaccu’s. Ja echt, we worden ouder…..

Zondag 25 juni 2017: De debutanten

Een stralende ochtend was het vanmorgen. Lekker buiten ontbeten en genoten van de capriolen van onze nieuwe overbuurman met zijn nieuwe caravan. Het was ons tijdens het eerste kopje thee al duidelijk, dit waren nieuwe pensionado’s die een invulling aan hun bestaan moesten geven. De caravan waarmee ze gisteren kwamen was nagelnieuw, zo zag hij er in ieder geval uit. Het feit dat de stoelen en tafeltjes nog in de verpakking zaten sterkte ons in dit vermoeden. Eigenlijk moet je zo’n eerste keer opbouwen in je achtertuin proberen, daar waar niemand je ziet. Je loopt altijd te stuntelen en je kan er donder op zeggen dat alle stoelen van de zogenaamd ervaren kampeerders jouw kant op gedraaid staan. ‘Dit wil je meemaken want het gaat gegarandeerd fout’, denkt men, en dat is ook meestal zo. En omdat leedvermaak toch wel een groot gedeelte van onze vakantievreugde uitmaakt draaien ook wij onze stoel in de richting van de debutant.

De goede man had samen met zijn vrouw een behoorlijk grote caravan uitgekozen en wanneer ik zeg ‘het was geen gelukkige keuze’ dan doel ik meer op zijn vrouw dan op zijn caravan. De caravan zag er prima uit, een grote Hobby Excellent van zo’n 25.000 euro en dat is dan zonder stoeltjes en zonder luifel. Eigenlijk was de man ons nog helemaal niet opgevallen maar vanmorgen wilde hij zijn caravan voorzien van alle handige opties die de verkoper hem had weten aan te smeren. Je kon de wanhoop aan zijn houding zien. Hem was verteld dat kamperen leuk en ontspannend was maar dat was niet aan hem af te lezen. Af en toe kwam Gertrud, zo zal ik haar maar even voor het gemak noemen, met het hoofd uit de deur om te zeggen wat zij er van vond en de lichaamshouding van Wilhelm verraadde dat hij, na het advies van zijn vrouw, nog moedelozer was.

Het begon met het uitrollen van het kleed. Het kleed vormt als het ware het voorportaal van de caravan. Er was een prachtig grijs met Schotse patronen doorweven kunststofkleed bij geleverd, precies op maat. Het punt in dit soort gevallen is dat het kleed waarschijnlijk al in 2013 gemaakt is en sindsdien opgevouwen heeft gelegen. Wanneer je het dan gebruiken wilt is de vouw sterker dan de zwaartekracht en blijft dus naar boven staan. Met geen mogelijkheid krijg je dat vlak. Daar gaat een tijdje overheen. Gertrud dacht daar anders over en moedigde Wilhelm aan om het kleed met haringen te spannen.

Goed idee ware het niet dat hij van die vervelende aluminium haringen had met een rond oogje aan de bovenkant. Verder was er standaard een hamertje bij de caravan geleverd. Handig ding, aan de ene kant zat een bijltje, voor het geval je een kampvuur wilt gaan maken, aan de andere kant een vervelende rubberen kop met ronde sla-vlakken. Je slaat dus met een ronde rubberen hamer op een ronde haring en dat werkt niet echt handig. Maar het moet gezegd worden, hij was een vechter en na een klein half uur lag het kleed zo goed en zo kwaad als het kon voor de caravan.

Iets later kwam Gertrud naar buiten met een kokosmat onder de arm, ging midden op het kleed staan en keek wat rond. Ze riep Wilhelm er bij en wees wat in het rond. Hij haalde zijn schouders op en verplaatste nog even een paar haringen en liet het daarbij. Het was duidelijk dat Gertrud niet echt gelukkig was met de vloerbedekking en al hoofdschuddend legde ze de mat die ze onder haar arm had aan de rechtervoorzijde van het kleed. Ze nam even afstand van het geheel en bekeek het. Even een korte knik. Zo, dat klopte in ieder geval wel. Ze liep weer terug, stopte op de mat en veegde haar voeten alvorens richting de caravan te lopen. Daar keerde ze zich om en wees naar boven. Het was duidelijk dat nu de luifel aan de beurt was.

De luifel is een soort uitschuifbare overkapping die, in dit geval, elektrisch bediend wordt. Je drukt dus op de knop en het ding schuift naar buiten. Tot zover geen stress. Op dat moment is hij alleen nog maar met de zwenkarmen aan de caravan verbonden en moeten er nog staanders onder. Die kan je tevoorschijn toveren uit de voorzijde maar dat is even een trucje. Wilhelm verbaasde ons, al vrij snel had hij de telescooppoten voor de dag gehaald en wist ze op de gewenste lengte te maken. Daarna toverde hij weer een paar van die haringen tevoorschijn en probeerde daarmee de poten te zekeren. Op dit moment ging dat prima maar ik weet zeker dat wanneer de wind de 2 Beaufort overschrijdt ze zo de grond uit vliegen. Die luifel heeft de oppervlakte van een spinaker en wanneer daar de wind onder komt heb je echt niets meer te vertellen.

Luifel stond en Gertrud ook, zij het in de deuropening. Even een aanwijzing, haringen gingen er uit, de luifel moest nog meer naar buiten, palen op hoogte en weer vastgetimmerd. Daarna kwam het handige zonnescherm tevoorschijn. Het zonnescherm is een doek wat met een koord in een gleuf aan de zwenkarmen of aan de verbinding tussen de zwenkarmen bevestigd kan worden. Het komt niet helemaal tot de grond, dat is handig want dan kan je mooi hoogteverschillen opvangen. Dat doe je met scheerlijntjes die aan de onderzijde van het zonnescherm bevestigd zitten. De scheerlijntjes kan je dan bevestigen aan een aluminium haring die je met een rubber bijlhamer in de grond kunt slaan. Je snapt het al, handig in de winkel maar in het echt wat minder. Wilhelm won wel het gevecht met het zonnescherm maar niet met Gertrud. Die wilde hem weer anders hebben. Wanneer ik Wilhelm was geweest zou ik geprobeerd hebben of de bijlkant van de hamer ook een multi-purpose karakter had en hem in de hersenpan van Gertrud hebben geplant. Maar Wilhelm niet. Hij kon het hebben, hij hakte waarschijnlijk al 40 jaar met dit bijltje.

Op dit moment haakten wij af, we zaten al anderhalf uur te ontbijten, de vleeswaren raakten op tafel bijna over datum en we hadden andere plannen. We zouden gaan fietsen. Bij de receptie waren fietsroutes beschikbaar en die hebben we even gehaald. Met de kaart in de hand kwamen we naar buiten toen daar Zwei Deutsche Freunden stonden die ook wel even wilden gaan fietsen. Ik uitleggen dat je dan binnen een kaart kon halen voor een paar euro borg en dat je dan je plan kon trekken. Dat hoefde niet zei hij want wij hadden al een kaart en het leek hem wel leuk om met ons mee  te fietsen. ‘Ja, we hebben net nieuwe E-fahrräder en we moeten nog een beetje oefenen. En dan is het wel mooi wanneer we met iemand mee kunnen rijden want dan kunnen wij ons op het fietsen concentreren’.

Nou, wat doe je in zo’n geval, de weg is vrij en je kunt niet aan iemand verbieden om achter je aan te rijden. Gelukkig merkten we al gauw dat het niet van de geweldige fietsers waren. Nu zijn wij dat ook niet maar dit waren, net als Wilhelm en Gertrud, ook echt debutanten. De eerste driehonderd meter konden ze het nog wel bijhouden want dat ging berg-af maar met een halve kilometer waren we ze kwijt. Gelukkig maar, straks moet je ze bij de pitstops ook nog van koffie voorzien. We hadden vooraf al een beetje een plan gemaakt hoe we zouden rijden. Eerst een stuk van een kilometer of tien met vrij weinig te zien en daarna zouden we op een gedeelte komen dat interessanter was. Na een kwartier of drie kwamen we aan in Wachau waar we een tijdje gezeten hebben bij het plaatselijke onderkomen van de een of andere graaf of zoiets. Het giert hier van de oude adel. Prinsen, prinsessen, paltsgraven, erfgraven, ridders, je kan het zo gek niet opnoemen en ze hebben allemaal een kasteel gehad. Gelukkig was er in het Socialistische paradijs geen geld om deze uitingen van verdorven Bourgeoisie te slopen en gelukkig maar. Ze geven wat sjeu aan het landschap.

Marienmühle is een oude watermolen die ongeveer halverwege de route lag. Daar hebben we prima gegeten, een Herrenschnitte (een soort kipschnitzel met mosterdkorst) en een Provencaalse aardappelschotel. Alcoholvrij biertje erbij, wie doet je wat? Of het biertje trouwens echt alcoholvrij was betwijfelen we want na het eten zijn we hopeloos verdwaald. We kwamen op een wandelroute in het bos uit, hebben daar vijf kilometer gefietst om vervolgens weer honderd meter bij de watermolen vandaan uit te komen. Het laatste gedeelte kenmerkte zich door echt Duitse wegen, overal wegwerkzaamheden en Umleitungen. We raakten dus een beetje het spoor bijster. Gelukkig was er een alleraardigst Duits stel (zie je wel Anne, ze bestaan echt), die ons weer op weg hielp. Ze reden met hun roestbruine Audi A4 zachtjes voor ons uit en brachten ons weer op het juiste pad. Rond een uur of drie waren we weer terug en zagen tot onze verbazing dat Wilhelm een nieuwe manier gevonden had om zijn luifel op te zetten. Nu had hij zijn poten aan de caravan bevestigd. Voorwaar een prima plek. Wij zijn even de boeken ingedoken vanmiddag en vanavond. Het cyclisme viert hoogtij bij ons. Jantiene zit de levensgeschiedenis van Thomas Dekker te lezen en ik lees een boek van Tyler Hamilton waarin hij uit de doeken doet hoe Lance Armstong zeven keer de Tour kon winnen. Je bek valt er van open, het ging er nog gekker aan toe dan vanmorgen bij Gertrud en Wilhelm.

 

 

Maandag 26 juni 2017: Dresden

Vanaf de camping rijdt er iedere dag een bus naar Dresden. Voor drie euro brengt hij je naar het centrum en ’s avonds weer terug. Eén probleem, wanneer je te laat bent wacht hij niet op je. We moesten er dus al aardig op tijd uit vandaag. Om half acht de wekker, brood halen, eten, douchen en daarna de bus zien te halen. Dat ging gelukkig zonder al te veel problemen. Met ‘Deutsche Punklichkeit’ sloten om twee seconden over negen de deuren en zette de dubbeldekker zich in beweging. Dresden ligt niet echt ver van hier. De chauffeur ging rustig aan en om tien over half tien werden we gedropt, recht achter het Zwinger. En daar stonden we dan. De rest van de passagiers had een dagtrip of een hop-on hop-off arrangement geboekt maar wij niet. Driekwart van de bezienswaardigheden liggen in een straal van een kilometer en we hadden de hele dag. Lopen dus maar.

Dresden is een wat wonderlijke stad. In februari 1944 is de hele stad door een geallieerd bombardement voor 75 % vernietigd. Er stond bijna niets meer. Na de oorlog heeft men voor een groot gedeelte het historische hart van de stad hersteld en dat is wonderwel goed gelukt. Tot voor enkele jaren geleden was men hier mee bezig. Nu neem je dat wel een beetje mee in je achterhoofd maar het is geen reden om de stad zondermeer als ‘mooi’ te bestempelen. Dat doe je aan de hand van wat er staat. Buiten het historische centrum heeft men geprobeerd om het socialistisch arbeidersparadijs vorm te geven, iets wat in mijn ogen ook niet helemaal gelukt is.

Dit gedeelte van de wereld is behoorlijk van de barok. Wij zijn niet zo van de barok. De barok kenmerkt zich namelijk door te véél, te uitbundige onzinversiering. Nu kan ik af en toe een naakte Aphrodite nog wel waarderen maar wanneer de versiering belangrijker wordt dan het gebouw, dan krijg ik er moeite mee. Overal die vervelende engeltjes, die tè dikke jongetjes met blote piemeltjes en met vleugels als mussen en harpjes, ik vind het niks. Maar ja, ongetwijfeld zijn er wel mensen te vinden die een voorkeur hebben voor deze bouwstijl. De kerken hangen hier namelijk ook vol met dit soort kleine, gevleugelde jongetjes en dat zal zijn reden wel hebben. Over liefhebbers gesproken.

Terug naar de Zwinger, de (maar mogelijk is het ook het) Zwinger is opgezet als een soort ontspanningstuin voor feesten en partijen maar de architect liet het zo uit zijn jasje groeien dat het een grote wandeltuin werd (voor de happy few). In het gebouw zitten vijf musea maar hier hebben ze nog de achterlijke regel dat maandag de museumdichtdag is. Duizenden toeristen die allemaal starten bij de Zwinger, daarvan loopt toch zeker een procent of tien zo’n museum in. Wat nou dicht?  Zijn zij nou zo dom of ben ik nu zo slim?

Het is wel een indrukwekkend bouwwerk maar wat direct opvalt is de donkerbruine tot zwarte kleur van de gebouwen terwijl ze in zandsteen, wat van nature zachtgeel is, gebouwd zijn. Later hoorde ik dat dit voor een groot gedeelte te maken heeft met de DDR periode. Toen stookte men in de stad bruinkool, een brandstof die een zwarte, stinkende rook veroorzaakt. Toen we later op een terras zaten hoorde ik een Nederlandse kenner beweren dat ‘die bruinkool ja, dat veroorzaakt een hoop koolmonoxide en daar verkleuren die muren nou weer van…’ . Ik denk niet dat het helemaal zó zit maar hoe het ook zij, alle oude gebouwen zijn zwart of tenminste donkerbruin en dat maakt de stad er niet mooier op.

Wij zijn eerst naar de noordzijde van de stad gelopen. Via de Augustusbrücke zijn we de Elbe over gestoken en kwamen op de Hauptstrasse uit. Een geweldig brede boulevard, een soort winkelparadijs, dat autovrij is. Dat geldt trouwens voor het hele centrum, geen auto te bekennen. De winkels stellen niet al te veel voor en op het gouden beeld van Augustus na is er eigenlijk weinig te zien. Alleen de markthallen zijn nog wel aardig hoewel het begrip markt hier niet helemaal meer opgaat. Bij een markt denk je aan groente, vis. vlees en Vietnamese loempia’s en dat is nu net wat hier ontbreekt. Onderweg nog wel even een koppie gedaan bij het mussenparadijs. Bij ons zie je ze bijna niet meer, hier zaten er tientallen en ze aten uit je hand.

Daarna weer terug naar het centrum. Het werd een beetje doelloos ronddwalen. Alles was dicht en de stad ademde nu niet echt gezelligheid uit, maar ja, hoe is Alkmaar op maandagochtend 11 uur? Uiteindelijk belandden we in een geweldig groot winkelcentrum. Het feit dat het weer wat begon te veranderen was hier ook wel debet aan. Daar hebben we een groot gedeelte van de middag doorgebracht. Toen we weer buiten kwamen scheen het zonnetje weer, dat was een zegen. Daarna nog even een rondje cultuur lopen snuiven alvorens we terug gingen naar het Zwinger. Daar op een terras gaan zitten en met een groot glas alkoholfreier Weissbier de tijd gedood. Rond een uur of vijf zijn we langzaam weer richting bus gelopen die precies op tijd aankwam en ons terugbracht naar de plek waar we vanmorgen gestart zijn.

Helaas, we hadden hoge verwachtingen van Dresden. De aankondigingen ‘De parel aan de Elbe’ en ‘Florence van het noorden’ hadden dit gevoel nog versterkt maar we vonden niet dat de stad deze jubelkreten echt kon waarmaken. Zonder meer een mooie stad, eerlijk is eerlijk, maar niet de uitschieter die we verwacht hadden. Wat dat betreft scoren Berlijn, Bremen en Lübeck beter.

Dinsdag 27 juni 2017: Sächsische Schweiz

Fijn dat mijn stukjes wat reacties losmaken, dat laat blijken dat er mooi meegelezen wordt. Allereerst even over de barok. Inderdaad, ik ben er niet zo gek op maar uitzonderingen bevestigen de regel. Twee jaar geleden waren we in Würzburg en die stad bewees mijn ongelijk. Hoewel het als één van de meest barokke steden van midden Duitsland beschouwd wordt kon het me daar wel bekoren. Het heeft waarschijnlijk te maken met de uiting en de sfeer in de stad… voor wat betreft het alcoholvrije biertje, ja, na zo’n hele dag door de stad slenteren heb je al een beetje pudding in je kuiten en wanneer je daar nog wat alcohol bijgiet ben je zo vertrokken. Overigens is het alcoholvrije bier hier niet helemaal zonder, men heeft de bovengrens bepaald op 0,5 %. Ik ben dus nog niet helemaal clean en daarbij komt, ik heb het ’s avonds ingehaald. Met een droge pen schrijft het namelijk slecht.

Over mijn kijk op Dresden, helaas, ik noteer het zoals ik het ervaren heb. ‘Zonder meer een mooie stad’ schreef ik maar daar blijft het bij. Wat de stad in mijn optiek ontbeerde was iets bruisends. Het was inderdaad een verzameling mooie gebouwen maar het verbindende ‘iets’ ontbrak. Het leefde niet en dat was misschien het punt waarom Würzburg mij wel beviel. Maar, niets zo veranderlijk als de mens. Wanneer de jaren gaan tellen schijn je milder te worden dus wellicht moet ik over een jaar of 15 nog weer eens terug komen. Blijf dus lezen en vooral reageren! Dat houdt ons ook scherp.

Vandaag gooiden we het over een heel ander boeg. Dresden ligt aan de noordwest zijde van een gebied dat omschreven wordt als Sächsische Schweiz, Saksisch Zwitserland dus. Nu wordt de naam van Zwitserland al erg snel te pas en te onpas gebruikt. Zo is er in Nederland een hockeyclub die de naam Klein Zwitserland draagt maar waar men waarschijnlijk al moppert wanneer een mol een bergje op het A-veld produceert. Waar die naam vandaan komt, mij een raadsel. Wellicht heeft het iets te maken met een bankgarantie die men moet storten om door de ballotage te komen, ik weet het niet. Verder is er een natuurgebied met de zelfde naam bij Gilze, een streek in Luxemburg en een pension in Schoorl die allemaal de naam van (Klein) Zwitserland dragen. Wanneer het landschap dus een beetje heuvelig is associeert men dat al snel met het Cantonaat Helvetia (jawel, daar komt die CH vandaan…) Zo ook hier.

Toen we op de camping kwamen kregen we een folder die een excursie aanbeval door het gebied. De hoogtepunten stonden er bij dus dat was mooi. We konden het zo kopiëren en wel met de tijden en het tempo die wij er voor uit wilden trekken. De rondrit begon bij de Zwinger maar die hadden we gisteren al bezocht. We begonnen dus bij de tweede stop: In Pillnitz, een plaats die zo’n 15 kilometer stroomopwaarts van Dresden ligt liet August de Sterke (die van dat gouden beeld gisteren) een zogenaamd Lustslot aanleggen. Waarschijnlijk was dit onderkomen bedoeld om bij te komen van de vermoeidheid die het regeren met zich mee bracht. En niet alleen een Lustslot, er om heen ligt 100 ha aan tuinen en landschapstuinen met hierin een Orangerie. Deze kweekkas voor subtropisch fruit is in eerste instantie aangelegd voor de aanwezige dames. Ze konden daar dan overdekt ringsteken. Facebook bestond natuurlijk in die tijd nog niet en om nu de hele dag te gaan zitten borduren, nee, dat verveelt ook op den duur.

Het zal niet allemaal in één keer aangelegd zijn maar groot is het wel. Rond 1740 is men er mee begonnen dus Der August heeft het nooit in de vorm gezien die het uiteindelijk zou krijgen want u kent het gezegde, boompje groot, plantertje dood. Zijn botanische verzamelwoede heeft echter wel geleid tot een prachtig park. We hebben er zonder moeite een paar uur in doorgebracht.

Het park is verdeeld in verschillende soorten tuinen. Zo mocht China zich in veel belangstelling verheugen door de Saksische heersers. Dat leidde tot een Chinees paviljoen met bijpassende tuin. Eén en ander had ongetwijfeld te maken met de obsessie om hier porselein te gaan produceren. Porselein was hier uitermate populair en omdat alles uit het verre oosten geïmporteerd moest worden natuurlijk ontzettend duur. Na jaren proberen lukte het uiteindelijk. Men vond de klei die er geschikt voor was en kreeg het procedé onder de knie. De fabrieken van Villeroy en Buch zijn er nog een erfenis van. Verder zijn er nog een Hollandse tuin, vol met vlijtige Liesjes en hortensia’s en een Engelse landschapstuin, compleet met een theehuis. Ons bezoek sloten we af met een maaltijd bij de Alte Wacht. Heerlijk gegeten hoewel we het wel wat gehaast moesten doen omdat tijdens de maaltijd een zacht regentje begon te vallen en dat zou het ‘alcoholvrije’ biertje alleen nog maar meer verdunnen.

Het gebied hier is gevorm door een bergrug van zandsteen, ooit de bodem van een binnenzee. Men noemt dat hier het Elbsandsteingebirge. Iedere naam die gerelateerd is aan de Elbe wordt namelijk afgekort tot Elb. In miljoenen jaren heeft de Elbe een loop gevormd door het zachte zandsteen en een dal van ongeveer 200 meter diep uitgesleten. Wat ooit de bodem was is ook wat verweerd maar niet zo erg als de rivierloop. De zachte gedeeltes zijn verdwenen, het wat hardere steen is blijven staan en dit is de Bastei. Het is misschien het beste vergelijkbaar met de rotsen in Arizona, alleen staan ze wat dichter op elkaar. De toppen van deze rotsen heeft men al in het begin van de 19de eeuw door middel van houten bruggen met elkaar verbonden. In 1851 werden deze vervangen door zandstenen exemplaren. Het is één van de, letterlijk, hoogtepunten hier.

Men heeft het slim aangepakt. Om een toevloed van auto’s tegen te gaan is de bewegwijzering zo georganiseerd dat je, wanneer je naar de Bastei wilt gaan, je op een parkeerterrein uitkomt, geen ontkomen aan. Daar kan je de auto parkeren en met een shuttlebus naar Bastei gaan. Daar is het nog een paar honderd meter lopen en dan ben je er. Het is erg imponerend. De bruggen zijn allemaal nog toegankelijk maar wij hebben ons tevreden gesteld met een kop thee en het uitzicht. een uur later zijn we de weer terug gegaan naar de shuttle en hebben we ons terug laten brengen.

De motregen die ons tijdens de maaltijd al dwars zat viel nog steeds en dat maakte deze rit er niet leuker op. Vol goede moed zijn we naar Bad Schandau gereden maar de regen had de in de folders zo aangeprezen levendigheid volledig verdronken. Wat maakt de zon dan toch een verschil. Doorgereden naar Königstein, een aan de Elbe gelegen stadje wat gedomineerd wordt door een geweldig fort wat op een ‘pilaar’ van Elbsandstein gebouwd is. Vol goede moed reden we naar boven om nog even een glimp van het uitzicht mee te krijgen maar helaas. Ook hier moest je de auto buiten parkeren, tien euro betalen en dan met zo’n speelgoedtreintje naar de burcht. Het was op dat moment al tien over vijf en om vijf uur stopt de dienstregeling. Dit bleef ons dus bespaard.

Besloten om ons uitstapje Sächsische Schweiz hier maar te beëindigen en terug naar de camping te gaan. Onderweg nog even wat leeftocht ingekocht en eenmaal terug bij de hut een pannetje tomatensoep gekookt en wat broodjes kaas gegeten. Inmiddels klaarde het weer op en hield het op met regenen. Toch nog een mooi einde voor deze dag. We hebben besloten om morgen richting Leipzig te vertrekken. Wie weet wat ons daar weer voor avonturen wachten.

Woensdag 28 juni 2017: Kortsluiting

De reisdagen zijn niet de meest spannende dagen tijdens een vakantie. Het is meer een noodzakelijk kwaad. Vanmorgen rond half tien was de zooi weer ingepakt en de caravan hing achter de Dacia. Nog even de vuilnis wegbrengen, betalen en weg. Het viel me mee. Van de week hoorden we dat deze camping uitverkoren was tot ‘Beste camping van Duitsland’ en eerlijk is eerlijk, het was hier goed. Of het nu werkelijk de beste camping is kan ik natuurlijk niet zeggen, we hebben ze nog niet allemaal gehad. We werden hartelijk bedankt voor onze financiële bijdrage en men hoopte dat we in de toekomst nog eens in de gelegenheid zouden zijn om weer langs te komen. Dat denk ik niet. We hebben niet de gewoonte om meerdere keren op de zelfde plek door te brengen. Dat we een paar dagen geleden nog een keer naar Räbke wilden gaan had een andere oorzaak. Daar lagen emotionele herinneringen aan ten grondslag. Nog even mijmeren over wat we toch een mooie tijden met het rode monster gehad hebben en misschien nog even een bloemetje brengen bij de Verschrotterei van de gebroeders Zabel in Helmstad. Maar ja, u heeft het kunnen lezen, het liep anders.

Het was al aangekondigd, richting Leipzig. Niet ver van Dresden, tenminste voor de normale reiziger. Wij zetten de TomTom in dit soort gevallen (weinig kilometers en alle tijd) op snelwegen vermijden en pakken dan de wegen binnendoor. Alleen leek het vandaag wel of Tom een eigen leven ging leiden. Later kwamen we er achter dat iedere keer wanneer de stroom van het apparaat af was geweest hij weer in de fabrieksinstelling van ‘de kortste weg’ sprong. Nu werd het begin van onze rit gekenmerkt door nogal wat stops; even naar de bakker, nog even tanken, de blaas nog even legen, voor de zekerheid nog weer even in het kaartenboek kijken en noem maar op. De oorspronkelijke route werd dus iedere keer terug gebracht naar ‘de snelste route’ en het duurde even voor we dat in de gaten hadden. Het betekende dus wel dat we iedere keer een andere kant opgestuurd werden en niets opschoten.

Het mooie van het binnendoor rijden is dat je op plekken komt waar je anders, en waarschijnlijk ook enige andere vreemdeling, nooit komt. Kleine verstilde dorpen waar de tijd ogenschijnlijk nog stil gestaan heeft. Hier heb je, in tegenstelling tot de wat grotere steden, nog volop herinneringen aan de DDR periode. Leegstaande fabrieken op de meest onlogische plekken, grote staatsboerderijen die verlaten en met ingegooide ramen langs de kant van de weg staan, vervallen stationnetjes en noem maar op. Over tien jaar zijn dit soort overblijfselen waarschijnlijk allemaal weggesaneerd en verdwenen. Vervangen door gedenkstenen, monumentjes en toeristische routes die ons langs de dingen voeren die er niet meer zijn.

Eigenlijk zijn we al veel te laat om de sfeer nog te proeven. De mensen hier willen graag deelgenoot zijn van de vooruitgang en ik kan ze geen ongelijk geven. Overal staan grote auto’s, hebben de huizen kunststof kozijnen en worden infrastructurele werken uitgevoerd. Maar op het echte platteland veranderen de zaken altijd wat langzamer. Daar ontbreekt het geld of kijkt men eerst de kat even uit de boom en heeft men niet zoveel haast met het veranderen van dingen. Rücksichtslos (in dit verband wel een heel mooi leenwoord) de kudde volgen brengt je altijd wel ergens waar je niet wilt zijn.  ‘Aanvaard het nieuwe maar behoud het goede’ lijkt men hier te denken en dat is geen slechte gedachte want niet iedere verandering is een verbetering.

We werden dus heen en weer geschud door ons gezond verstand en de stem van Heleen de Geest die ons al jaren de weg wijst. Uiteindelijk hebben we er voor gekozen om toch maar de ‘snelste route’ te nemen. Dat werd onder meer ingegeven door de dreigende luchten die aan de horizon verschenen. Van donkergrijs tot zwart en alles wat er tussen zat. Gedonder als tromgeroffel die de weersverandering aankondigde. Het was al aangekondigd en de meteorologen kregen gelijk. De sluizen gingen open. Uiteindelijk konden we nog maar 40 km per uur rijden op de snelweg. Gelukkig daagde er een benzinestation tussen de druppels op en daar zijn we, vergezeld door talloze anderen, maar op het parkeerterrein gaan staan, om te wachten tot het ergste voorbij zou zijn. Beschermd door de paraplu zijn we snel de caravan ingedoken en hebben daar geluncht. Na pakweg een half uur konden we verder.

Na het consulteren van de diverse campinggidsen hebben we gekozen voor Camping an der Rudelsburg in Bad Kösen. Het ligt ongeveer in het midden van de driehoek Leipzig, Jena en Halle. Ik denk dat het een interessant gebied is, de bakermat van de Reformatie en de geboortegrond van Goethe die ik trouwens alleen ken omdat Boudewijn Büch er altijd zo enthousiast over vertelde. Hoog tijd voor een kennismaking dus. Eerst heb ik trouwens een andere klus. We hebben een stroomprobleem. Toen we de caravan met het Duitse stroomnet verbonden hadden bleek dat wij geen verbinding hadden. Aan de betaling kon het niet liggen, dat doen we altijd achteraf. Ik ingeplugd in een ander stopcontact en toen deed de boel het wel. Gek. Met mijn haspel kreeg ik wel stroom in de caravan. Er was dus iets mis met het snoer, soms doet hij het wel en soms weer niet. Het zal wel een draadbreukje zijn of een los contact. Even repareren dus maar. Rigoureus de stekker er afgeknipt zonder er bij stil te staan dat ik wel de caravankant ontkoppeld had maar dat de Duitse kant nog gewoon in het stopcontact zat.

Het leek het onweer van vanmiddag wel. Een grote spetter en iedereen die op mijn zekeringkast was ingeplugd zat zonder stroom maar dat had ik niet direct in de gaten. De zekering weer even goed gezet in mijn kastje dus alles moest het weer doen. Haspel aangesloten. Dat moest werken want dat deed het eerst ook. Vergeet het maar. Het probleem lag dus waarschijnlijk ergens anders. Nog één mogelijkheid, de koppeling bij de caravan. Kit losgesneden, contrastekker er uitgerukt en nagekeken maar daar mankeerde niets aan. Scheisse. Ik snapte er niets van. Wanneer het probleem niet aan deze kant lag moest het wel aan de andere kant liggen. Ik vragen bij de buren. ‘Haben Sie ja dann noch Elektricität?’ Ja, kreeg ik te horen, de eigenaresse was net langs geweest en had de aardlek weer op veilig gezet. Alles deed het dus weer. Even niet opletten en dan gebeurt dat. Verdorie, had ik de stekker voor niks uit de caravan gesloopt. Snel er weer ingezet, vastgeschroefd en afgeplakt met duct-tape. Aangesloten met de haspel en hoera, we hadden weer stroom. De schroevendraaiers zaten net in de kist toen het begon te regenen, nee te gieten. Gelukkig zaten wij mooi droog onder de luifel met een mooie Sauvignon Blanc uit de koelkast. Iets later kwam de eigenaresse nog langs. Die had ik even op de hoogte gesteld van de problemen, niet wetende dat ze het net voor de buren, en dus ook voor ons, had opgelost. Ze liep het net op, het was een verzopen kat maar gelukkig kon ze er wel om lachen.

Vanavond een heerlijk rustige avond. Ik hoop straks nog even een paar pagina’s in mijn boek te kunnen lezen. ‘Pogingen om iets van het leven te maken’ heet het. Het is een boek dat ik van mijn moeder kreeg. Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar oud, die zijn leven in het bejaardencentrum beschrijft. Hendrik is nog actieve man die niet zo past tussen de ingedutte medebewoners van zijn bejaardentehuis. Het bejaardentehuis is overigens ook veranderd, het werd eerst een Tehuis voor ouderen om vervolgens Zorgcentrum te gaan heten. Tegenwoordig heet het een Marktgerichte seniorenorganisatie voor belevingsgerichte zorg op maat.  Alleen al dit soort veranderingen hebben er voor gezorgd dat de zorgkosten niet meer op te brengen zijn aldus Hendrik. Het is geweldig om te lezen, zo herkenbaar. Vaak hilarisch en soms ontroerend maar vooral uit het leven gegrepen. Een aanrader.

Donderdag 29 juni 2017: Uta

Regen. Al toen ik mijn bed uitkwam tikte het zachtjes op het dak naarmate de dag vorderde werd het alleen maar erger. Een vieze, druilerige regen. Voor ons niet leuk maar ik denk dat het land er naar snakt. Gistermiddag, voor de donderbuien, hebben we nog even een stop gemaakt aan de kant van een pas akker met tarwe. Een gedeelte was al geoogst, de grond was kurkdroog. In de verte reden een paar combines, grote stofwolken opwerpend. Het was echt droog. Maar wat voor de agrariër lekker is, is voor ons op dit moment wat minder. We moeten ons er maar in schikken.

Voordeel op dit soort dagen is dat je je niet hoeft te haasten. Het is namelijk nergens echt leuk op dit soort dagen. Ja, in het Regionaal Archief zit je dan lekker maar dat staat in Alkmaar. Een reclame uiting die verderop de camping staat bracht ons op een idee. We zouden even naar Weissenfels rijden om de daar gevestigde caravanboer even te bezoeken. Een kapot snoer en een haakje wat niet meer was wat het geweest was rechtvaardigden dit uitje in ruime mate. Weissenfels, hier zo’n 20 kilometer vandaan dus dat was te doen. Een goed adres gaf het reclamebord niet aan, Gewerbegebiet Borau was de vestigingsplek, een industrieterrein.

Zou eenvoudig te vinden moeten zijn zou je denken maar bij vragen in Weissenfels wees iedereen een andere kant op en wij kwamen nergens. Uiteindelijk via de telefoon maar eens gegoogeld op Gerdt Caravans en die wees het ons zo aan. Waarom maken we toch zo weinig gebruik van dit soort uitvindingen? Nou, misschien omdat een gesprek met twee oudere dames bij de bushalte ook wel leuk is, de dame bij het benzinestation enthousiast was dat ze ons kon helpen en de mannen die het gras stonden te maaien alle twee een andere kant op wezen. Google is natuurlijk wel makkelijk maar contacten doe je er niet mee op.

Uiteindelijk hebben we het dus gevonden maar het viel tegen. Ik had een recreatiecentrum à la Pauw verwacht maar dat was het lang niet. Op de begane grond verkochten ze wat accessoires maar dat stelde weinig voor. Nog wel even een haakje voor de tentstok gescoord maar de stroomkabels waren hier zo belachelijk duur dat je beter de aanschaf van een windmolen op je caravan kunt overwegen. Afijn, 1,95 armer en een beugeltje rijker de tent weer verlaten. Aan de andere kant van de weg lag de Toon, een grote doe-het-zelf-zaak. Bij gebrek aan beter maar even naar binnen gelopen en ons verbaasd over het geweldige assortiment en de lage prijzen hier. We kwamen een uurtje later zes muizenvallen en een fles Round-up rijker weer naar buiten waar de regen nog gestaag viel. Maar gelukkig, Kaufland bood een oplossing. Gelijk maar even boodschappen doen. Omdat we daarna nog wel een stukje dag overhadden zijn we naar Naumburg gereden.

Naumburg ligt zo’n vijf kilometer bij de camping vandaan en is een mooie, levendige stad. Dat wil zeggen, de levendigheid was nu wel een beetje weggespoeld. De levendigheid was dan misschien wel weg, de Dom was dat niet. Sterker nog, die staat er al sinds de middeleeuwen, al 989 jaar. In 1028 is begonnen met de bouw. Het is een imposant bouwwerk geworden met, wat nog wel interessanter is, volop overblijfselen uit de late middeleeuwen. Houtsnijwerk, beeldengroepen, glas in lood, indrukwekkend allemaal, het straalt allemaal een geweldig vakmanschap uit. Vooral het beeld van Uta van Naumburg, een van de stichtsters van de kerk is indrukwekkend. Er wordt beweerd dat ze de mooiste vrouw van de middeleeuwen was en wie ben ik om dat tegen te spreken. Haar reputatie staat echter wel ter discussie want boze tongen beweren dat het beeld van Uta in 1937 voor Walt Disney model heeft gestaan voor de boze tovenares in Sneeuwwitje, en het moet gezegd worden, de gelijkenis is treffend.

Wat ook leuk was is dat tegenwoordige kunstenaars hun bijdrage aan het interieur gegeven hebben. Wij vonden de bijdrage van Heinrich Apel, een beeldhouwer, heel erg leuk. Het is een bronswerk wat op de leuningen van de trap richting koor is aangebracht. Het laat op een bijna cartooneske manier zien hoe de vertegenwoordigers van de middeleeuwse standen zich, door aan de duivel te proberen te ontsnappen, een plek in de hemel probeerden te verwerven. De duivel berijdt een draak wiens lange staart de hele trapleuning volgt. Echt grappig, helemaal niet des kerks.  

Daarna nog even broodje gegeten bij de plaatselijke bakker en toen terug naar de camping. Er ligt nog een bak wasgoed op ons te wachten en we hebben de machine aan het eind van de middag besproken. Kan ons doorregende pak ook direct de droger in.

Vrijdag 30 juni 2017: Zeelucht

We hadden plannen genoeg maar Morpheus zat ons dwars. Het was al tien uur toen we pas de ogen openden. De koude nacht was hier waarschijnlijk wel de oorzaak van. Anders drijf ik om acht uur over het algemeen al mijn bed uit maar vanmorgen niet. Het was zeventien graden, een heel acceptabele temperatuur. Verder staan we met de oostkant van de caravan tegen een bergwand aan dus in het begin van de dag hebben we niet zoveel last van de zon. In de avond hebben we er wel lekker lang plezier van. Dat we het zo uitgemikt hebben is weer één van de verworvenheden van de moderne techniek. Even met de mobiel een rondje lopen en die geeft je dan precies de windrichtingen aan. Hoewel ik een lichte antipathie tegen mobieltjes heb is dit toch wel een geweldige applicatie.

Het was dus al twaalf uur geweest voor we eindelijk op pad gingen maar gelukkig hoefden we niet ver. Nou ja, hoefden, eigenlijk hadden we geen plannen voor vandaag maar omdat we er vlak bij zitten zijn we naar Klooster Pforta gegaan. Sinds 1137 zijn hier Cistercienzer monniken actief. Ze hebben hier een klooster gesticht en in de loop der eeuwen uitgebouwd tot een geweldig complex. Omdat dit het gebied is waar de reformatie in 1517 begon was het hier vrij snel gebeurd met de rooms-katholieke invloed en dus met de orde die het klooster bewoonde. Al in 1543 werd op het terrein door Maurits van Saksen een bijzondere staatsschool gevestigd. Zo’n 150 leerlingen konden hier een opleiding krijgen en vormden na hun afstuderen de elite van het land. Tot 1815 was de school Saksisch, daarna deelden de Pruisen hier de lakens uit en beleefde de school echt een bloeitijd. In 1935 namen de nazi’s het over en vestigden hier de Nationalpolitische Erziehunsanstalt, een soort opleidingsinstituut voor alles wat fout was. Gedurende de DDR periode noemde men het ‘Erweitere Oberschule’, een soort hogere bovenschool dus. Sinds 1990 is hier een opleidingsinstituut voor taal en muziek gevestigd.

Het is een geweldig complex en het straalt een ongelooflijke rust uit. Twee uur hebben we er zeker zoet gebracht en in die tijd zijn we geen tien mensen tegen gekomen. Ten tijde van de monniken was het een echt zelfvoorzienende gemeenschap. Uit de beginperiode is alleen nog een gedeelte van de kerk over die uit de 13de eeuw stamt. De rest dateert uit de 15de eeuw en later, ook respectabel trouwens en in de tuin staat een plataan die ik toch zeker als 17e eeuws wil betitelen. Een ongelooflijk grote boom, wanneer je er voor staat val je niet eens op. We hebben er op ons gemak rondgelopen en het klinkt misschien gek maar het mooiste vond ik de begraafplaats.

Ik heb iets met de dodenakkers, vooral oude. Niet die van ons. Daar worden, wanneer de acceptgiro niet op tijd binnen is, je knekels al na 15 jaar opgegraven. Die worden dan in een kuil gegooid met de overblijfselen van mensen waar je tijdens je leven niet eens op het strand had willen zitten. Laat staan een kuil delen. (Sorry, misschien schrijf ik nu wel erg naar mijn oosterburen toe). Nee, ik laat mijn beurt voorbij gaan en kies voor een andere manier.

Zo rond een uur of half drie gingen we weer op pad en kwamen een bordje van de ‘Saaler Weingutroute’ tegen. Ha, altijd leuk, een rondrit. Het eerste half uur konden we de route nog wel volgen maar daarna konden we nergens een bordje meer vinden. Vervelend, ben je net op weg… Weet je wat, we gaan de andere kant weer op, wellicht gaat dat beter. Gelukkig was de route twee kanten op berijdbaar. Men had de bordjes namelijk dubbelop geplaatst. Even later kwamen we weer langs ons startpunt maar na een kwartier de andere kant opgereden te hebben raakten we daar ook het spoor bijster. Naar later bleek was het geen circuit maar gewoon een weg van pakweg 25 km lang. Ja, dan kan je wel blijven zoeken.

Afijn, inmiddels was het half vier en eigenlijk te laat om nog naar een stad toe te rijden. Halle, Jena en Weimar liggen allemaal net iets te ver weg om op zo’n laat tijdstip nog even te bezoeken. Een rondje in de buurt dus maar. Voor de kat zijn kont een stuk gaan rijden, hier links en daar weer rechts. Af en toe even stoppen om wat rond te kijken. Kersen eten langs de weg, tuinbonen bekijken die hier met hectares geplant zijn, fotootje maken van klaprozenvelden en noem maar op. Voor we er erg in hadden was het vijf uur en u weet het waarschijnlijk nog wel uit vorige verslagen… rond een uur of zes hebben we altijd een afspraak. Was het vroeger met de fles Chardonnay, tegenwoordig is het met de Sauvignon Blanc. Chardonnay is zóóó 2015, dat kan echt niet meer. De Tom dus maar even ingegeven dat we wel weer terug wilden naar de camping en wie schetst onze verbazing toen we precies weer langs de zelfde weg terug moesten rijden. Dat hou je echt niet voor mogelijk.

We naderden Bad Kösen, de plaats waar we nu zitten, wel van een andere zijde als dat we normaal doen. En er viel ons iets bijzonders op. Boven op de berg waartegen het stadje gebouwd is stond naar ons idee een gigantische muur. Nieuwsgierig als we zijn naar boven gereden en na even zoeken hebben we het gevonden. Een bouwwerk van bomen en palen, gevuld met takken waardoor water druppelde. Het had iets absurdistisch. een Dali achtig kunstwerk. We snapten niets van het gevaarte. Driehonderd meter lang, een twintig meter hoog en volgestopt met takken , ik kon het niet thuisbrengen. De borden gaven aan dat het een Gradierunswerk was, nooit van gehoord.

Eenmaal weer op de camping eerst maar eens eten gekookt en na de afwas eens gekeken wat nu een gradierunswerk was. In het Nederlands heet dat een graderingswerk. Hier in de buurt wordt er nogal wat zout gewonnen en dat gebeurt met behulp van water. Men pompt water in zouthoudende lagen en uit de pekel die dan boven komt moet het zout gedistilleerd worden. Nu haalt men niet het zout uit het water maar net andersom. Het water moet uit het zout. Dat gebeurt door zieden, het koken van de pekel. (Wanneer je dus ziedend bent kook je van woede). Het water verdwijnt, het zout blijft over. Nu is het is het zo dat hoe hoger de concentratie zout is, hoe minder je hoeft te zieden. En voor zieden is brandstof nodig dus dat scheelt hout sprokkelen.  En, zo hebben we begrepen, het voorwerk doet men in de Graderingsmuur. Men pompt het water omhoog, laat het door de takken zachtjes naar beneden druppelen en wanneer het beneden aankomt is het , in het geval van deze muur, al 8% zouter dan dat het er inging. Wanneer je dat proces een paar keer herhaalt scheelt dat een hoop brandstof.

Nu is Bad Kösen ook een kuuroord. Kuuroorden zijn een Duitse uitvinding uit de 19de eeuw. Men raakte er hier van overtuigd dat wanneer je met je blote kont in een bad met salpeter, lauwe blubber of warm bronwater gaat zitten je kwaaltjes overgaan. Een kuuroord is namelijk ook een plek met een medische gevoelswaarde, lekker vaag dus. Ik geloof daar niet zo erg in. Ik denk wel dat het lekker is en dat je erg ontspant. Lekker bubbelen, een massage en even lekker verwend worden. Natuurlijk helpt dat om je problemen naar de achtergrond te doen verdwijnen. Dat is heilzaam, maar wanneer je in de badkuip gaat zitten waar je net een pak jozo ingekieperd hebt, vergeet het maar. Terwijl je dan in het bad zit maak je je alweer druk hoe je die zoutkristallen moet verwijderen.

Maar afijn, hier in het Duitse land gelooft men er heilig in. En wanneer het dan ook nog door de Krankenkasse vergoed wordt is dat helemaal prima. Nu wil het geval dat er vlak naast de Gradierunswerke een kuuroord staat. Men is de mening toegedaan dat dit bouwwerk een soort van zeelucht geeft, en zeelucht, dat weet iedereen, is natuurlijk heel gezond. Hoe bedenk je het? geen meeuw te zien in de buurt en probeer hier maar eens een kuil te graven. Dat lukt je nooit. Maar dat is allemaal nog niet zo erg. Het lullige is dat ik als campinggast een soort kuurbelasting moet betalen omdat ik her in het dorp verblijf.

Die belasting wordt opgelegd omdat deze plaats officieel als kuuroord te boek staat. De naam zegt het al. Bad Kösen. Het voorvoegsel Bad mag je alleen voeren wanneer je een officieel erkend kuuroord bent. Of ik, als bezoeker, nu wel of niet van de faciliteiten gebruik maak, dat maakt niet uit. Betalen moet je. Nou ja, ’s lands wijs, ’s lands eer moet je maar denken. Om aan de belastingdruk te ontkomen hebben we besloten om morgen richting Harz te gaan. Het is een interessant gebied hier en zeker de moeite waard om nog eens heen te gaan maar in de verte, heel in de verte, hoor ik de plicht alweer roepen. En dan is het toch zaak om daar weer op tijd te zijn. Stukje bij beetje reizen we dus weer naar het westen. Naar het land van kool en gezonde zeelucht.

Zaterdag 1 juli 2017: Van de drup in de regen

Gisteren hebben het al over ons verkassingsplan gehad. Het was in Bad Kösen al een paar dagen matig weer en we zaten eigenlijk overal net even te ver vanaf. Typisch gevalletje van, en het valt niet mee om toe te geven, slechte planning. Besloten om onze bakens richting De Harz te verzetten. Niet ver, hemelsbreed een kilometer of zeventig, over de weg iets meer. We konden dus op ons gemak doen. Om een uur of acht heb ik nog even de blog geplaatst. Vroeg genoeg want het is zaterdag en dan ontbijten de meesten van ons toch niet zo vroeg. Daarna zelf even ontbeten. Daarna begonnen met het afbreken van het kampement. Op dat moment begon het net te regenen en ik denk dat we een nieuw record gevestigd hebben In precies 7 minuten en 23 seconden hadden we alles ingepakt. Nog even onder de douche en we konden weg. Waar ik gisteren al voor vreesde kreeg ik tijdens het afrekenen gepresenteerd: de Kurtax. Twee euro per overnachting per persoon. Huppakee, de rekening werd met 12 euro verhoogd. Daar heb je tijdens De Dolle Dagen van Deen twee kratten bier voor. En om nu te zeggen dat ik van al dat kuren opgeknapt ben, nee, niet echt.

Richting Harz dus, naar Harzgerode-Neudorf ligt Feriënpark Birnbaumteich, Vakantiekamp de Perenbomendijk om het maar even luchtig te vertalen. Het was wel een aardige rit. Volgens de campinggids is ons nieuwe onderkomen een heel rustig gelegen kampement. Ingeschreven en een plaats toegewezen gekregen, iets waar ik al een hekel aan heb. Plekkie gevonden. Een wat blubberige kuil met wat gras er om heen. Met wat kunst en vliegwerk konden we de hut zo manoeuvreren dat we daar net geen last van hadden maar prettig was het niet. Gelukkig konden we de boel droog opzetten maar toen het eenmaal stond begon het lekker te regenen. We belanden dus van de drup in de regen, niet echt een verbetering. Wat ook niet echt een verbetering is, is het sanitair. Op de wc-potten staat nog ‘made in de German Democratic Republic’ dus waarschijnlijk is hier al een tijdje niet geïnvesteerd. Het kan natuurlijk ook met het oog op de toekomst zijn. Over 75 jaar zijn deze potten natuurlijk wel antiek en een collecters item, een lange termijn investering dus.

Verder staan we vlak bij het Party Centre. Een soort ruimte die gebruikt kan worden voor het vieren van feesten en partijen. Op dit moment zit er een groep Anglo-Allemanen. Duitsers en Engelsen die een sportuitwisseling hebben. Barbecue en bier. Ik weet niet of je wel eens gezien hebt hoe luidruchtig een Brit wordt die aan de drank is maar dat is behoorlijk. Het is nu nog vrij vroeg maar we hopen dat het ook een beetje vroeg gebeurd is. Laten we niet te pessimistisch zijn. Er is een spreekwoord dat zegt: Prijs de dag niet voor de avond maar andersom kan natuurlijk ook. Schrijf de dag niet af voor hij voorbij is. Wie weet stopt het zo met regenen, breekt om elf uur vanavond het zonnetje door, komt er Sauvignon Blanc uit de kraan en gaan overal viooltjes bloeien. We houden moed en brengen jullie morgen op de hoogte.

Zondag 2 juli 2017: Danke, danke

De dag begon al vroeg vanmorgen. Het was half twee vannacht toen ik naar de buren toeging. Meestal ga rond die tijd na een gezellige avond bij je buren vandaan en ga je naar bed. Bij ons ging het iets anders vannacht. Ik kwam uit bed en ging naar de buren. Reden was dat het daar nogal gezellig was, iets te gezellig naar onze zin. Ik heb gisteren al geschreven over onze locatie, naast het Party Centre van de camping. Niet onze keus maar we zijn hier geplaatst door Helga, de Oberstangestelltefraulein van de receptie. Het was fijn dat de uitwisseling van voetbalelftallen goed en gezellig uitpakte, het was alleen jammer dat wij niet uitgenodigd waren. Wij lagen ongeveer twaalf meter van de festiviteiten af. Jantiene was rond middernacht al een keer gaan vragen of het iets zachter kon. Het hielp even maar om tien over twaalf hadden we het idee dat het nog meer tekeer ging. Gelukkig had ik er weinig last van maar toen ik rond half twee wakker werd omdat de blaas op knappen stond stoorde de geluidsoverlast mij toch ook wel.

Jantiene was nog steeds wakker. Eerst maar even de plas geloosd en toen met een tot op de oksels opgehaalde pendek dapper naar buiten gestapt. Er zat nog een man of tien stevig aan het bier en ze hadden het goed naar de zin. Op snauwend-Duitse wijze gevraagd of ze het nog niet genoeg vonden. Dat is per slot van rekening de taal die ze verstaan. Ik vond dat mijn Duits fantastisch was op dat moment. Ik begon helemaal in het Zuid Swabische dialect te praten: ‘Verdammt nochmal, es ist schon halb zwo. Oder Sie gehen nach Innen oder Sie verschwinden und dan meine ich gleich, ja, jetzt!’ Nou, jullie begrijpen, daar hadden ze niet van terug, het was direct stil. Ik was nog even als de dood dat er iemand in luid lachen uit zou barsten maar gelukkig, dat gebeurde niet. Er zei er nog wel één ‘Danke’  waarop ik antwoorde: ‘Danke? Wofür? Halst doch dein Schnauze, du kleiner Scheiss’ waarna ik me manmoedig omdraaide en terugliep naar ons plastic wooncomfort.

Het mag een wonder heten maar daarna was het stil. Als ik daar zelf op dat moment gezeten had was ik niet meer bijgekomen. Zo’n ouwe kerel in een bloemetjesboxer op klompen. Nee, je had mij wel op kunnen vegen. Waarschijnlijk was het bij hen ook wel een beetje over gekomen als een grappige vertoning want vanmorgen zag ik nog wel verschillende mensen elkaar gniffelend aanstoten en onze richting uitkijken en verder hoorde ik verschillende malen ‘Danke, danke’ zeggen. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig, toch?

Tijdens het brood halen nog even mijn nood geklaagd maar het zou niet meer gebeuren beloofde men. De groep vertrok vandaag. Wel zei Helga dat ik had kunnen bellen maar dat beschouwde ik als een verwisseling van verantwoordelijkheden. Ik vind namelijk dat zij verantwoordelijk zij dat het rustig op de camping is en niet dat ik actie moet ondernemen wanneer dit niet zo is. Dan moeten zij actie ondernemen. Een soort kip-ei stelling dus. Een lichte irritatie bleef bij ons bestaan. Geen verontschuldigingen vanuit de camping en ook bij de voetbalclub had niemand de ballen om even langs te komen om te zeggen dat het vannacht toch wel iets te luidruchtig geweest was. Daarna gaf de douche ook alleen nog maar koud water en stond de sproeier dermate scheef dat ook mijn schoenen volgesproeid werden dus je kunt je ongeveer voorstellen hoe de start van de dag was. Kwalitatief Uitermate Teleurstellend.

Gelukkig kan het in zo’n geval alleen nog maar verbeteren en dat deed het dan ook. We hadden gelezen dat Quedlinburg een leuke stad was. De naam was ook ‘ge-highlighted’ en ook nog onderstreept in het kaartenboek. Het moest dus wel goed zijn. Die kant op dus maar. Alles beter dan hier. Het stond al vrij vroeg op de borden dus het moest eenvoudig te vinden zijn. Op de weg er heen kwamen we langs Mägdensprung. Daar was het Carlswerk gevestigd, een metaalgieterij. In de Harz werd vroeger ijzererts gedolven en dat heeft geleid tot de vorming van kleine metaalverwerkende bedrijven. Al sinds begin 1700 bloeide deze tak van industrie hier. Het betrof hier gieterijen. In mallen van zand werd het vloeibare metaal gegoten. Van alles en nog wat werd hier gemaakt, kozijnen, tuinhekken, gewichten voor koekoeksklokken, wapens en noem maar op. We kregen een rondleiding van ‘Heinz’ die er alles van wist. Heinz had begrepen dat we ‘Ausländer’ waren en dacht dat hoe luider hij praatte, hoe beter wij het zouden begrijpen. Ik begreep zijn visie, ik had vannacht dezelfde gedachte. Het was een innemende man, stond voor wat hij deed, het enige vervelende was dat hij waarschijnlijk als ontbijt knoflookworst gegeten had en nogal met consumptie sprak. Helaas konden we niet achter in de groep gaan staan, wij waren de groep op dat moment.

Op een gegeven moment kwamen we bij de afbeelding van het IJzeren Kruis, die werd daar ook gegoten.  Ik liet me toen ontvallen we daar in Nederland niet zulke goede herinneringen aan hadden. Heinz begon toen een stukje Oost-Duitse geschiedenisles op te halen wat ik jullie niet wil onthouden. Volgens Heinz was het IJzeren Kruis een oude onderscheiding die al dateerde uit de tijd van de Spaans Habsburgse twisten. De Spanjaarden waren, aldus Heinz dan, natuurlijk protestant en de Habsburgers Evangelisch. Dat moest wel leiden tot problemen. Nu waren natuurlijk alle Duitstaligen anti Spaans dus wanneer ze meegevochten hadden tegen de Spanjaarden kregen ze een IJzeren Kruis. Ja, en die Hitler, die heeft ons IJzeren Kruis gestolen, had hij nooit mogen doen Een schande. Daarna kreeg ik nog een stukje recentere geschiedenis te horen. ‘En ja, onder Erich (Honnecker) was het allemaal nog niet zo beroerd. Toen stalen er 100 man van je en nu wel 1000.  Iedereen had werk toen en nu? Ja, weet u, ik was houtvester en met zestig jaar moest ik met pensioen omdat ik te oud was en nu sta ik hier in deze fabriek als rondleider. Onder de Märklinn-regeling. Voor ieder uur dat ik hier verhalen sta te vertellen vang ik een euro’.

Ik durfde niet te vertellen dat ik ook wel met 60 met pensioen wilde en dan rondleidingen over de vlotbrug wilde gaan doen. Ik heb hem ook maar niet verteld dat het IJzeren Kruis pas in het begin van de 19de eeuw ingevoerd was door de Pruisen en dat er in zijn visie over de Spaans Oostenrijkse twisten ook nog wel wat nuances aan te brengen waren. Soms moet je mensen in hun waarde laten. Aan het einde van de rondleiding heb ik hem vijf euro in zijn hand gedrukt. Socialistisch als hij was liet hij dat in zijn eigen zak verdwijnen en niet in de pot die er stond voor het behoud van het erfgoed. ‘Voor de koffie’, zei hij. Hartelijk afscheid van hem genomen. Je moet maar zo denken, we zijn beiden het resultaat van onze opvoeding en moet niet altijd de dominee proberen uit te hangen. Daar wordt niemand gelukkiger van.

Na nog een wandelingetje langs de rivier zijn we weer in de auto gestapt en richting Quedlinburg gereden. Een Unesco Heritage, moet dus de moeite waard zijn. En dat was het. Een geweldig mooie stad. Men noemt het de Wieg van Duitsland. Volgens verhalen is hier Duitsland ontstaan. Wie ben ik dan om daar aan te twijfelen, maar eerlijk is eerlijk,  ik doe het toch wel een beetje. De stad is een het Duitsland zoals wij het voorstellen in optima forma. Een soort openlucht museum. Het is een van de grootste monumenten in Duitsland, volgens de folders 86 ha. Voor het grootste gedeelte bestaat de stad uit vakwerkhuizen en dan echt oude. Zestiende, zeventiende eeuw en het ziet er allemaal geweldig uit. Dat het er allemaal zo prima de luxe uitziet dateert trouwens van recente datum. We hebben foto’s gezien hoe de stad er in de jaren zeventig uitzag en het verkeerde toen in deplorabele staat. Pas in de jaren negentig is men met de restauratie van de panden begonnen en de toekenning van de Unesco-status heeft waarschijnlijk wel een geweldige zet in de goede richting gegeven. Daarom is het des te verwonderlijker dat ieder gebouw aan de grote markt historisch verantwoord is maar alleen het pand waarin het ‘Unesco-VVV’ gevestigd is, is opgetrokken uit staal en glas. Het is gek, hoewel het pand absoluut niet in overeenstemming is met de omgeving past het er toch wel in.

We hebben met plezier in de stad rond gelopen en van de terrassen genoten. Ons verwonderd over de bouwwijze en in het ‘vakwerkmuseum’ gekeken hoe de ontwikkeling van deze bouw verlopen is. De ontwikkeling is ook grappig om te zien. Eerst werden de vakken opgevuld met takken en volgesmeerd met klei of liever nog, koeienstront met stro. Daarna werd het vol gemetseld of volgestuct. Bij het metselen was het de sport om in ieder vak een andere manier van steenzetting toe te passen. Leuk om te zien hoeveel manieren er wel niet zijn om tot een muurtje te komen. Het is overigens niet typisch Duits, vakwerkgebouwen. In Frankrijk zijn we het volop tegen gekomen, in de Vogezen en Rouen, en in Spanje trouwens ook. Ik had voor drie uur in de meter gegooid en dat was lang genoeg. De regen verjoeg ons uit de stad.

Eenmaal in de auto weer een nieuw doel gezocht. De Teufelsmauer. Het lag op de weg naar ‘huis’ toe. De Teufelsmauer is een wonderlijk natuurverschijnsel. Het is een soort muur van zandsteen die boven een heuvel uitkomt. Een paar honderd meter lang en slechts twee tot drie meter breed. Er omheen ligt het oudste natuurgebied van Duitsland, het begin van de Naturschutz. We moesten behoorlijk klimmen om de rotsen te bereiken. Halverwege wenste Jantiene me veel succes met de rest van de tocht en bleef in de heemtuin wachten. Ik ben de resterende 385 treden nog opgelopen en heb me verwonderd over het verschijnsel. Het lijkt of alle rotsen los op elkaar gestapeld zijn en vooral  het feit dat het zo smal is verbaasde me.

Inmiddels was het bijna vijf uur. Richting huis dus, de Sauvignon staat op ons te wachten. Het was toch nog een behoorlijk eindje maar wel een mooie rit. Beter dan van de week toen we de zelfde weg weer terug moesten rijden. Eenmaal weer thuis bleek dat we nieuwe buren hadden. Leuke lui, de namen ben ik alweer vergeten, maar ze komen uit Apeldoorn. Even met ze staan te ouwe hoeren maar toen moesten ze weer verder met het opzetten van de tent want ze waren net aangekomen. Gelukkig maar. Konden wij aan de borrel. Vanavond nog even bij de zwaluwennesten hier tegenover zitten kijken. De dikke volgroeide jongen donderen zowat uit het bouwsel en pa en moe vliegen af en aan. Het zal ons niet verbazen wanneer ze morgen of overmorgen het nest verlaten, net als wij.

Maandag 3 juli 2017: Met Vorsten op pad

Een blauwe lucht hier vanmorgen, direct heerlijk weer en een geheel andere kijk op de dingen. Vanmorgen zijn we naar Stolberg gegaan, een mooi stadje hier pakweg 20 kilometer vandaan. Dat op aanraden van de buren die er enthousiast over waren, en niet zonder reden. Het was eigenlijk Quedlinburg, waar we gisteren waren, in het klein. Op een bus Zeeuwse dames na, die een trouwe abonnee uitje hadden van het maandblad Vorsten, was er bijna niemand. Ze deden de Oranjetour met OAD, en dit was de eerste stop. Een vanzelfsprekend begin want Juliana van Stolberg, wie kent haar niet, was de moeder van Stille Willem, de vader des vaderlands en bij haar begint eigenlijk onze vaderlandse geschiedenis. De rollators reden kriskras over de stoepen en op de rijweg en gaven de stad een heel ander aanzien dan de uitgestalde ansichtkaarten ons wilden doen geloven. Ook de voertaal was veranderd. Niet langer Duits maar onvervalst Walchers, Tholens en Duivelands.

Hée, Annechien, hed de ge dat al zien, doar, dat huuske met die vier dakkappellegies. Da’s mooi nie? Moar wel oan de kliene kant. Ach wedde, mien opoe van voaderskant had ok een klien huuske, ja die weunden in Sluiskil, onder an de diek en dat met zeuventien keinderen…. Ja, arm wedde, och wie was da nie toen hè,, wie hadde van de honger giene ontlasting en oaten sundags soep moakt van oardoppelschille moar wel gezellig wedde en allemoal met mekoar nie?

Dit soort kansloze gesprekken brachten wel een aparte sfeer in het stadje. Het ontbrak er nog aan dat ze eigen gebakken krentewiggen en kruudkoeken onder de arm meehadden om die aan de  nazaten van de van Stolbergen cadeau te doen, net als hun ouders dat jarenlang bij onze eigen Juliana gedaan hadden. Helaas duurde ons gezamenlijk bezoek niet lang, de bus stond al warm te draaien en toen de laatste verdwaalde bejaarden waren opgespoord en de bus in waren gewerkt reden ze Stolberg weer uit. Op naar Dillenburg. We hadden het stadje weer voor onszelf.

Iets later zijn we nog even bij het ‘slot’ gaan kijken maar daar was weinig te beleven. Het wordt helemaal verbouwd om als hotel dienst te gaan doen. Er zal wel animo voor zijn, Stolberg is namelijk een Luftkurort. De lucht is er zo gezond dat wanneer je drie diepe teugen neemt je mogelijk een jaar langer leeft. Dit is natuurlijk moeilijk te bewijzen omdat je toch niet weet hoe oud je in eerste instantie zou worden. Iedereen kan dan wel zeggen, zie je wel, eigenlijk had hij al een jaar dood moeten zijn. Maar nu even niet zo sceptisch. In sommige dingen moet je gewoon durven geloven. Om het zekere voor het onzekere te nemen hebben we nog wel even een lege colafles vol laten lopen met deze superlucht, quinoa in gasvorm is het eigenlijk. Eerst de fles even vol laten lopen met water, dan weet je dat alle oude lucht er uit is en wanneer je hem dan weer leegt zit hij vol met Reines Stolberger Bergluft, smaakloos en kleurloos. Ja voorwaar, de vergelijking met superfood is zo gek nog niet.

Daarna hebben we onze weg vervolgd door op de bonnefooi een richting te kiezen. Het gekozen pad leidde ons het bos in. De verharding hield op toen we een natuurbad tegenkwamen. Het was het socialistische zwemparadijs, ’s winters ook te gebruiken als ijsbaan. Compleet met in Oosteuropees beton uitgevoerde badhokjes zonder deuren en blikken trappen. Een waar sportpaleis, nu het eigendom van kikkers en eenden. Het verval heeft er trouwens wel een mooie romantische touch aan gegeven, iets wat je bij ruïnes ook wel ziet.

We moesten dus omkeren en vervolgden onze weg de andere kant op. Ook deze weg liep dood, wegwerkzaamheden. Je komt ze overal tegen hier, wegwerkzaamheden. En dat is niet zo erg maar het feit dat er zo weinig alternatieve wegen zijn wel. We hebben ons dus tussen de diverse wegopbrekingen, asfalteringswerkzaamheden en stratemakersactiviteiten heen en weer bewogen. Een tweede vervelende bijkomstigheid was dat het maandag was. Nu heb ik eigenlijk niets tegen maandagen, maar maandagen in Duitsland zijn niet echt leuk. Alle Stubes, Gaststättes, Biergartens en hoe ze ook wel niet heten mogen zijn gesloten.

Een bak koffie zat er dus niet in, totdat we, zo rond een uur of drie een tentje tegenkwamen waar toch het terras vol zat. Het lag aan een wandelroute en het was er behoorlijk druk. Direct de kans te baat genomen en een vrijkomend tafeltje gescoord. Lekker aan de Solinka en een salade met uitgebakken spek. Een mooie (jawel, alcoholvrije) Benedikter er bij en we waren helemaal gelukkig. Voor wie niet weet wat een Solinka is, schaam je niet. Tot vanmiddag drie uur wist ik het ook niet maar ik had het al op verschillende kaarten zien staan. Hoog tijd om me eens op de hoogte te stellen van het culinair erfgoed hier.

Het blijkt een worstsoep te zijn. Knoflookworst, Frankfurter, harde worst, zachte worst, cervelaat, boterhammenworst, bloedworst, het maakt niet uit. Alle soorten worst gaan erin. Een beetje afwaswater, worst er in, wat paprika en wortel er bij en klaar is Kees. Wanneer iemand ambieert om dit gerecht in Nederland op de kaart te zetten zou Keetje Tippelsoep me een prima benaming lijken.

Dinsdag 4 juli 2017: Weinig gebeurd...

Eigenlijk weinig gebeurd vandaag. Wanneer je iets beters te doen hebt kan je vandaag eigenlijk beter overslaan. Vanmorgen om acht uur de wekker uitgezet en na een kop thee hebben we de boel ingepakt. Voor het eerst sinds dagen was het lekker weer. Om negen uur waren klaar en op het moment dat we zouden aankoppelen kwamen onze Apeldoornse buren nog even voor een praatje. Al met al was het bijna half tien voor we de camping afreden. Het was niet met spijt dat we vertrokken. Het was een beetje een kneuterig geheel, alles net niet af. Een hutje bij een schuurtje met een overkappinkje, het was net allemaal niks.

We zijn naar de westkant van de Harz gereden, het hogere gedeelte, een kleine honderd kilometer. We hadden een camping op het oog maar dat is hem niet geworden. We hebben hem vooraf maar geïnspecteerd en het was niks. Daarna doorgereden naar Goslar waar ook een camping op de kaart stond. Onderweg kwamen we veel plekken tegen waar alle dennebomen zomaar dood stonden te gaan. Of dat nu nog met de zure regen te maken heeft? Die andere camping was op zich wel een leuke plek maar we zouden daar nog een uur moeten wachten voor we in konden schrijven. Hier hebben ze namelijk nog het gebruik van de middagrust, een soort Duitse Siësta. Van 1 tot 3 zijn de slagbomen gesloten en de recepties dicht voor de Mittagsrühe en dan gebeurt er werkelijk niets.

Wat verder hadden we nog een mogelijkheid ontdekt, in de richting van Seesen. Het was wel even een stukje rijden maar gelukkig zijn we doorgereden. Een prima plek. Tentje opgezet en de rest van de dag niets gedaan. Dat wilden we voorzetten maar helaas was het restaurant gesloten dus we moesten zelf een blik capucijners opwarmen. Dat lukte en daarna hebben we het grote nietsdoen voortgezet. Weinig nieuws dus vandaag. Net wat ik aan het begin schreef, je had deze blog beter over kunnen slaan.

Woensdag 5 juli 2017: Das letzte Abendmahl

Goslar heet de stad en ligt aan de westkant van de Harz, het hoge gedeelte. Vijfentwintig jaar geleden zijn Goslar en de omgeving tot werelderfgoed uitgeroepen door Unesco. Nu gebeurt dat niet zomaar, dan moet er wat speciaals zijn en dat zijn wij vandaag gaan ontdekken. Voor dat we die kant op gingen zijn we eerst even naar Seesen gereden. We staan weliswaar op een camping in Seesen maar dat ligt iets buiten de bebouwde kom. Hoeveel? Daar hadden we geen idee van maar vanmorgen kwamen we er achter dat we het zowat hadden kunnen lopen. Binnen een paar minuten zaten we in het centrum. Het was mooi weer dus dan heb je direct al een andere kijk op de dingen. Positiever in ieder geval. We hebben even een wandelingetje gemaakt door de binnenstad maar toen we zagen dat het hier morgen markt is hebben we dat afgekapt. Morgen terug, want jullie weten, markten zijn de spiegel van het land.

Via binnenwegen naar Goslar gereden. De auto konden we gelukkig vrij snel kwijt en we hadden geluk, de meter was buiten gebruik dus was het gratis. Praktisch in het centrum stonden we. Het is inderdaad een mooie stad Goslar. Heel anders dan Quedlinburg waar we van de week waren. Ook hier veel vakwerkhuizen maar nog meer huizen die van onder tot boven met lei bedekt waren. Dat heeft waarschijnlijk wel te maken met de beschikbaarheid van het product. Dat Goslar een belangrijke stad geworden is, is allereerst te danken aan de mijnbouw. Al in 968 werd hier gegraven naar onder meer zilver, koper en tin. Goslar werd door deze vondsten een rijke en belangrijke stad. Om deze reden werd in Goslar de Kaiserpfalz gesticht.  

Duitsland als zodanig bestond in die tijd nog niet. De Harz was, als gedeelte van Saksen Anhalt, toentertijd een onderdeel van het Heilige Roomse Duitse Rijk, een samenraapsel van allerlei prinsdommen, koninkrijkjes, bisdommen, hertogdommen, graafschappen en noem maar op. Ook het graafschap Holland was onderdeel van het rijk. Nu had iedere machthebbber zeggenschap over zijn eigen stukje Rijk maar er was een soort opperbaas, de primus inter parus (de eerste onder de gelijken of wel de baas) , kort genoemd de keizer. Die werd gekozen door de vorsten, onder de vorsten. Omdat het rijk uit nogal wat landen en landjes bestond was er geen vaste hoofdstad. De hoofdstad was daar, waar de keizer zich bevond. Nu kon je die natuurlijk met de hele hofhouding niet in een blokhut zetten en daarom werden er door het hele rijk heen pfalzen, niet verdedigbare paleizen, gebouwd. Zo ook hier.

In 1005 werd hier een Pfalz gebouwd. Of de keizer hier hof gehouden heeft weet ik niet. Wel is graaf Willem de Tweede van Holland hier in 1253 geweest. Willem was een serieuze kandidaat voor het Keizerschap maar zover is het nooit gekomen. Binnen zijn graafschap waren de vrije West-Friezen hem een doorn in het oog en meerdere malen is hij op pad geweest om ze onder de duim te krijgen. Tot in 1256. Toen reed hij in de winter bij Hoogwoud op zijn paard en is daar, volgens de verhalen, door opstandige West-Friezen doodgeslagen. Er gaan ook verhalen dat hij met paard en al door het ijs gezakt is en met een ijzeren pak aan is het natuurlijk slecht zwemmen.

Hoe het ook zij, hiermee kwam een eind aan de aspiraties van de Hollandse graven op de Heilige Duitse troon want Willem II scheen een uitgelezen kandidaat te zijn. Hoe anders had de wereld er nu uitgezien. Dan konden we waarschijnlijk in heel West Europa gewoon Nederlands praten en was de gulden het Europese betaalmiddel. Dan hadden we een echte Hollandse monarchie gehad in plaats van ons Duits-Russisch-Argentijns mengelmoesje. En dan was ik, als echtgenoot van een directe afstammelinge van Willem II waarschijnlijk nu al met pensioen geweest. Maar ja, als, als, als…

We hebben de middag doorgebracht in Goslar. Lunch bij de watermolen aan de Klapperhagen. Eerst maar eens wat te drinken besteld en daarna dapper iets onbekends van de kaart besteld. Je moet per slot van rekening altijd de cultuur proeven. nietwaar? Jantiene had ‘Hausgemachte Kaskugel mit Radis, Brot, Butter und Radl’. Mij leek het ‘Abendmahl des Engel Aloïsius’ wel wat. Een beetje Kaskugl met wat Wurstsalat, Harzkase und Krauterdip, Brot, Brezn und Butter wel wat. Ik dacht altijd dat de Britten niet konden koken maar na vandaag geef ik de Duitsers de hoofdprijs. Of eigenlijk de Beiers want het was een Beiers eethuis. Mijn eten had erg veel weg van een broodje regenworm terwijl de maaltijd van Jantiene het best vergeleken kan worden met bolletjes zalmsalade die smaakten naar Rommedoe, de beroemde maar o, zo, stinkende, Limburgse kaas. Het Beierse bier, Paulaner, was overigens wel goed. Tijdens het eten wel ongelooflijk gelachen, wat was vies. Volgende keer wordt het gewoon een Strammer Max. Bij het afrekenen vroeg de plaatselijk Dirndl of het een beetje naar wens was geweest. Ik zei dat de Beierse keuken ons wel wat verrast had en daarmee maakte ik me er toch weer hoffelijk mee van af. Voor mij was dit beslist das letzte Abendmahl.

Daarna nog even door de stad gelopen maar het centrum was niet echt groot en hoewel mooi, na vijf dagen vakwerkhuizen raak je toch wel een beetje afgestompt. Wat hier nog wel verrassend was, waren de teksten die in de balken gehakt waren. Gelukkig niet in Latijn maar in het Duits (en als alles anders gelopen was hadden we het nog makkelijker kunnen lezen).  Goed leesbaar en begrijpelijk. Om er maar eens een te noemen die boven een eethuis hangt: ‘Die Augen des Herrn sehen auff die Gerechten und seine Oren hören auf ir Gebet’.  Mijn, mogelijk vrijmoedige, vertaling luidt als volgt: God kijkt eerst wat er op je bord ligt en luistert dan pas naar je gebed. Met andere woorden: is het niet veel dan hoef je daar echt niet voor te danken. Ik denk dat de kok nog wel even een praatje met Petrus moet maken als ik dat zo lees.

De middag liep al aardig op een eind toen we terug gingen naar de auto. Goslar en de Rammelberg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden dus een bezoek die kant op kon niet ontbreken. Een imposant complex maar het zou niet meer de moeite lonen om een bezoek te brengen. We hebben wel even ingelezen waarom dit complex nu zo bijzonder is en dat heeft te maken met de wijze waarop mijnbouw bedreven is. Door het gebruik van waterkracht heeft men een manier ontwikkeld om water uit de diep gelegen mijnschachten omhoog te pompen. Het waren dus diverse systemen die door elkaar liepen. Water om water weg te pompen en water wat weggepompt werd. Nu kan ik een hoop uitleggen maar het lijkt me beter dat, wanneer dit je interesse gewekt heeft, je hier even heen komt om je te informeren.

Terug hebben we natuurlijk weer een groene weg gepakt. Richting Hahneklee. Daar staat één van de twee staafkerken buiten het Scandinavisch gebied. Polen telt er nog één maar daarmee is het ook gebeurd. Dan is er nog één in Zweden en dertig in Noorwegen. Ze zijn dus niet dik gezaaid. Reden genoeg voor ons om eens even te gaan kijken. In de 19de eeuw kwam Hahneklee tot bloei en was het dus wel zaak dat er een kerk gebouwd zou worden. Karl Mohrman kreeg de opdracht om een kerk te ontwerpen en hij putte uit de ervaring die hij in Noorwegen opgedaan had. Hij stelde dat hout een veel goedkopere bouwwijze was dan bouwen met steen en het Harzer hout was er uitermate geschikt voor. Binnen een jaar werd dit gebouw door plaatselijke handwerkslieden in elkaar getimmerd, compleet met Noorse drakenkoppen en vrijstaande klokkentoren.

Het is wel weer eens even iets heel anders, een mooi gebouw. We troffen het niet erg want men was net bezig om steigers rond de kerk te plaatsen. We denken dat het gebouw weer een verfje moet krijgen. Onze Lieve Heer is wat dat betreft een slechte huisbaas. Hij laat het onderhoud aan de huurders over. Daarna terug naar de camping. Onderweg kwamen we een stel Nederlanders tegen. Hun auto met caravan stond wat ongelukkig langs de weg en we zagen aan hun lichaamshouding dat het niet helemaal oke was.

Even gekeerd en gevraagd of we konden helpen. Wanneer iemand weet hoe lullig het is om in het buitenland pech te hebben en dat iedereen je dan laat staan dan zijn wij het wel. ‘Hebben jullie pech?’ ’Nou ja, pech, dat niet echt, maar de benzinemeter staat al behoorlijk in het rood en we weten nu niet echt wat we moeten…’ Als gevolg van alle wegomleggingen en Umleitungen hadden ze wat meer gereden en wat minder getankt als nodig was. Nu wilden ze de caravan afkoppelen en met de auto verder gaan om te tanken. Ik stelde dat dat niet echt slim is. Stel je voor dat over vijf kilometer je tank leeg is , dan staat hier je caravan, vijf kilometer verder je auto en tien kilometer verder is de benzinepomp. Dat wordt een mooi stukje lopen. En terug natuurlijk.  Ik stelde voor om naar Seesen te rijden, vijftien kilometer, wij moesten toch die kant op want daar is onze camping. Daar weet ik zeker dat er een pomp is, twee zelfs. Mochten ze dan onverhoopt zonder sap komen te staan dan zou ik er één van de twee even meenemen, een jerrycannetje met benzine kopen en weer terug rijden. Zo gezegd, zo gedaan. Gelukkig hadden ze nog genoeg sap dus zonder problemen kwamen we bij de pomp. Dikke zoenen en bedankt voor de hulp. Eigenlijk hadden we niets gedaan maar toch…

Door al dat gedoe waren we te laat op de camping om brood voor morgen te bestellen. Moet ik toch maar op de fiets naar de Lidl. Geen ramp, daar is het 50 % goedkoper dan hier. Kunnen we met het restbedrag zorgen dat de tank niet leeg is.

Donderdag 6 juli 2017: Verdwaalde Romeinen

De spiegel van het land noemde ik het gisteren, de markt waar we heen zouden gaan. Redelijk op tijd opgestaan en na alle dagelijkse beslommeringen de fiets gepakt om naar Seesen te gaan. Auto laten staan want het zou wel eens een probleem kunnen zijn om die kwijt te raken. We hadden met de auto kunnen gaan want de spiegel van het land bleek bij nader inzien een handspiegeltje te zijn. Wel aardig maar niet meer dan dat. Een kraam of twintig waarvan het merendeel agrariërs die eigen aardappels, kaas, eieren en worst verkochten. Wat wel leuk was, was dat we voor het eerst echte Duitse Bromberen tegen gekomen zijn. Met een kwartier hadden we het bekeken en zijn we weer terug gefietst naar de camping. Voor langere tochten is het hier, ondanks dat we elektrisch ondersteunde bejaardenfietsen hebben, te bergachtig.

De groene wegenmap dus maar weer even ter hand genomen en na pakweg een uur kwamen we in Bad Grund aan. Daar is het Hölen Erlebnis Zentrum, een soort grotten / mijnbouwcentrum. In de Iberg, de berg waar het om draait, zijn rijke aders van ijzererts, mangaan en koper te vinden. Al voor de jaartelling werd hier ijzererts gewonnen. Eerst aan de buitenzijde van de berg maar allengs moest men de berg in om het erts te verkrijgen. De mijnbouw ging vrij eenvoudig omdat er al een natuurlijk gangenstelsel in aanwezig was. Dit is gedurende de eeuwen dat men hier aan het hakken geweest is natuurlijk alleen maar groter geworden.

We hebben er een rondleiding gemaakt met een uiterst enthousiaste gids die helaas, buiten het Duits, geen andere taal machtig was. Jammer voor de Deense, Nederlandse en Zweedse deelnemers. De twee Duitsers die deel uitmaakten van het groepje vonden het echter geen bezwaar. Ondanks de lichte taalbarrière was het toch wel te begrijpen. Het was wel aardig omdat het doorspekt was met wat sagen en legenden uit de buurt. Trollen, dwergen en heksen keken iedere keer om de hoek. Het was ook een mooie temperatuur binnen, zo rond de zeven graden. Even wennen dus toen we weer buiten kwamen waar het rond de achtentwintig graden was.

Verder op onze route kwamen we het Harzhorn tegen. Een futuristisch gebouw midden in een korenveld. Geen idee wat het was. Er heen dus maar. Buiten ons was er nog een bezoeker, die stond net zijn blaas tegen de gevel aan te legen. Nadat hij zijn Schwanslein uitgeschud en opgeborgen had sprak ik hem aan. ‘So, das muss nötig gewesen sein’, zei ik. ‘Ja, verstehen Sie, ich komme gerade aus die Kneipe und…. ja, wann man muss dan muss man, nicht?’ Daar was geen woord tegen in te brengen. Als je moet dan moet je. Ik hoefde me vanaf dat moment niet meer af te vragen waar we waren, ik kreeg het verhaal in geuren en kleuren te horen.

We waren op een plaats waar rond het jaar 233 een grote veldslag tussen de Romeinen en de Germanen zou hebben plaats gevonden. Amateurarcheologen hadden hier wat vondsten gedaan en toen dat wereldkundig werd gingen de profs er heen. Meer dan 2700 vondsten zijn er gedaan dus het valt niet te ontkennen dat er hier iets gebeurd is. Men noemt het hier ‘Römerschlacht am Herzhorn’ Roms vergessener Feldzug. maar de geleerden zijn het er nog niet helemaal over eens. Het is wel opmerkelijk dat de Romeinen ruim twee eeuwen na hun ‘vernietiging’ in het Teutoburgerwoud nog zover (200 km) oostelijk van de Rijn aanwezig waren terwijl men de Rijn altijd als grens van het Romeinse Rijk beschouwde.  Het was al wel beschreven in de ‘Historia Augusta’ maar de geleerden hadden de 400 mijl die hier in genoemd wordt als onmogelijk beoordeeld. Dit werd gecorrigeerd naar 40 mijl. Een mooi staaltje van hedendaagse geschiedvervalsing. Zo zie je maar weer, de geleerden weten ook niet alles. Een hele troost.

Het was een uiterst boeiende uiteenzetting, de man was over-enthousiast, dit in tegenstelling met Jantiene. Bij ieder nieuw hoofdstuk wat hij aanroerde zag ik dat ze het minder leuk begon te vinden. Na een uiteenzetting van een half uur wilde hij ook nog met me naar het bos, ‘want daar is het pas echt interessant’ zei hij. Ik wenste hem echter succes met zijn hobby en zei dat wij ergens verwacht werden. Een leugentje voor bestwil. Hartelijk afscheid genomen en ieder ging zijns weegs. Ik verwonder me er trouwens iedere keer weer over dat ik door dit soort enthousiastelingen aangesproken wordt. Schijnbaar zien ze in mij een gemakkelijk slachtoffer en eerlijk is eerlijk, zo stel ik me ook een beetje op. Maar leuk vind ik het wel.

De dag was inmiddels al bijna ten einde en omdat ons nog de nodige wegomleggingen wachtten zou het nog even duren voor we weer terug waren. Op de camping eerst maar eens betaald, morgen vertrekken we hier. Wat of hoe weet ik nog niet, we zien het wel.

Vrijdag 7 juli 2017: Vijf over twaalf

Herford heet het hier, Eickum om precies te zijn. De enige camping in de omgeving van Bielefeld, iets ten oosten van Osnabrück. Campings zijn niet dik gezaaid hier. We dachten dat we er één gevonden hadden. De borden stonden er nog maar van een camping was geen sprake meer. ‘Nee, al tweeëneenhalf jaar niet meer’ zei een voorbijganger toen ik er naar vroeg. ‘Er gebeurt nu iets met watersport, wat wist hij ook niet precies’. Wel wist hij een mooie plek voor ons in Eickum, bijna niet te vinden maar uiteindelijk is het toch gelukt. We werden vorstelijk ontvangen. De eigenaresse ging met Jantiene in de golfkar een rondje om een plek uit te zoeken en daar staan we nu dus, en het mag gezegd worden, op een prima plek.

Vanmorgen zijn we met stralend mooi weer vertrokken uit Seesen. We waren er mooi vroeg bij en omdat we niet van plan waren om ver te rijden hebben we de Tom op ‘binnendoor’ gezet. Het bergachtige gebied van de Harz lieten we al vrij snel achter ons. Vriendelijk glooiiend werd het, mooie rustige wegen en genoeg om ons heen om te zien. Overal wordt de tarwe al geoogst, grote combains trekken sporen in de gouden akkers, een wolk van stof achter zich latend. Ook de boerderijen veranderen, van vorm en van grootte. Gigantische boerderijen die, getuige de opschriften die rond de dorsdeuren aangebracht zijn, al eeuwen staan. Soms is er niets meer van het origineel te ontdekken maar men heeft het verhaal laten staan. Door wie, wanneer, en overal een bedankje voor het Opperwezen. Die was toch maar zo goed om de bouw te laten slagen.

Onderweg nog even aardbeien gekocht. Er zijn hier gigantische velden met aardbeien, hectares groot. Honderden plukkers kruipen over de akkers en vullen de doosjes. Dat zal ook wel moeten want overal waar aardbei op de verpakking staat, daar moet aardbei in. Jam, yoghurt, vla, drinks, drankjes en noem maar op. Daar zijn nogal wat van die zomerkoninkjes voor nodig. Langs de kant van de weg staan overal stalletjes die ze verkopen. Aardbeien, kersen, frambozen, bramen, jams, siropen, noem maar op. Iets later nog even een gevalletje pech opgelost. De knipper van de caravan deed het niet meer. Toen ik de kap er af haalde liep er allemaal water uit en ja, water en stroom is een slecht huwelijk. De boel even droog gewreven en toen werkte het weer. Ik denk dat het er al een tijdje in zat, het mos groeide aan de binnenkant van de kappen dus eigenlijk mazzel dat dat ik nooit van achter aangereden ben. Remlichten die groen zijn kunnen wel eens tot verkeerde beslissingen leiden.

Onderweg vooral uitgestorven dorpjes. Geen mens te bekennen, wonderlijk. Ook zijn de plaatsen waar je even wat zou kunnen eten of drinken in deze hoek van het land dun gezaaid. Wat we wel tegenkomen zijn veel verlaten en gesloten etablissementen. Dat die vaak op de meest wonderlijke plekken langs de weg staan heeft daar misschien ook wel mee te maken. Wat we ook veel langs de kant hebben zien staan waren zieke kastanjebomen, een triest gezicht. Of het al volop herfst was, met bruine en verdroogde bladeren. Het schijnt door de kastanjemineermot te komen. Een motje van 5 mm groot. Als gevolg van het veranderende klimaat komen ze steeds noordelijker en daar zijn de kastanjes de dupe van. Langzamerhand worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds meer zichtbaar. Ik vraag me wel eens af of het, in plaats van vijf voor, al niet vijf over twaalf is.

Zaterdag 8 juli 2017: Nog eentje toe

De spiegel van het land noemde ik het eerder deze week. Vandaag hadden we een echte, in Herford. Het was aangekondigd dat deze markt in de markthallen plaats zou vinden maar die stonden leeg en de kramen stonden op het kerkplein. Een leuke markt maar wel beperkt in het assortiment. Hier is het 100 % voeding, bij ons staat er ook nog wel wat anders. Wat wel leuk is, is dat het assortiment, ondanks dat je hier maar zo’n 80 kilometer van Nederland af bent, heel anders is dan bij ons. We waren bij een groenteboer die zeker 30 soorten tomaten had, geweldig om te zien. Verder groenten schorseneren, rettich, koolrabi, meiknollen, raapstelen, selderijknol en pastinaak. Dingen die je bij ons nauwelijks tegenkomt.

Daarna een rondje door de stad. Het mooie weer werkte mee en ondanks het vroege uur zaten alle terrassen vol. Het was een uur of elf en er werd al volop gegeten. Dat moet trouwens ook wel want in tegenstelling tot Nederland, waar de middenstanders elkaar af proberen te troeven door zolang mogelijk open te blijven, gaan hier rond een uur of twee de meeste winkels dicht. Hoewel het natuurlijk lekker makkelijk is dat ze bij ons de hele week, de hele dag open zijn vraag ik me weleens af of het wel een gezonde situatie is. Voor de werkgelegenheid trouwens wel. Wij raakten ook op een terras en met een kop koffie en een kersentaartje voor de neus was het leuk mensen kijken. Wat ook wel vermakelijk was, is dat hier grote groepen ouderen bijeen komen. Samen koffie drinken, ouwe hoeren, yahtzee spelen en noem maar op.

Omdat de stad wel leuk maar niet groot was zijn we iets later verkast. We zijn naar Lemgo gereden, dubbel onderstreept en gearceerd in de atlas. Dat beloofde wat. We hebben ons door de GPS naar het centrum laten leiden maar dat vonden we niets. Hoewel, zaten we wel in het centrum? Een centrum wordt meestal gevormd door een kerk annex kerkplein, Rathaus en neringdoenden. Niets van dat alles bij ons in de buurt. Richting de eerste kerkspits gereden die we zagen en jawel hoor, het kaartenboek had niets gelogen. Het was nog even zoeken naar een parkeerplek maar toen we die eenmaal gevonden hadden hebben we een uurtje of twee in de stad rondgelopen.

Voor een groot gedeelte bestaat het stadje uit 16de -eeuwse vakwerkhuizen, geweldig mooi bewerkt. Soms kom je, getuige de foto’s, nog wel eens een aardigheidje van de bouwers tegen. Vaak zijn de panden wel opgeknapt maar dat kan ook bijna niet anders. De huizen in Huiswaard I staan ruim 10 keer minder lang en zijn inmiddels ook allemaal gerenoveerd. Ik denk trouwens dat die de 500 jaar niet gaan halen. Ook hier weer op een terrasje neergestreken. Het was inmiddels al wel tijd voor een lichte lunch. Niet direct in de gaten dat we bij een bio-dynamisch quinoa-kwarrelnotenrestaurant aangeland waren. Dat merkten we pas toen we de koffie voor ons neus hadden en wat te eten bestelden. Jantiene name een salade met geitenkaas, appel en walnoten en ik hat een pannini met geitenkaas en appel.

Een veilige keus, daar kon eigenlijk niets mis mee gaan. We zaten al even toen de serveerster, die er overigens absoluut niet vegetarisch uitzag, kwam zeggen dat de appel op was. Ze konden ook niet meer naar de groenteboer want, zoals ik al schreef, die was net om twee uur dichtgegaan. Maar gelukkig was er nog wel een alternatief, peer. Of dat een probleem was. Nou zijn we niet zo kinderachtig dus, ‘nee hoor, doe maar lekker’. Helaas was het niet zo lekker. We kwamen er achter dat geitenkaas en peer geen gelukkige combinatie is. En zo leer je ieder dag weer wat.

Nadat we Lemgo doorgewandeld hadden via het Kalletal naar Bad Salzuflen. Bij de regelmatige lezers gaat nu vast een lichtje branden Bad Salzuflen, dat moet een kuuroord zijn. En jawel hoor. Een soort Duits Lourdes, alleen zonder Madonna en Bernadette. Maar wel met een gradierungswerk dat voor een zoute, en dus gezonde, lucht zorgt en eigenlijk als een soort van Gezondheidskathedraal dienst doet. Waren we van de week nog in Bad Kösen, nou dat was Madurodam in vergelijking met Bad Salzuflen. De rolstoelen en krukken hingen nog net niet in de bomen maar het scheelde weinig. Wat zullen ze toch lachen hier, je zet een muur neer met meidoorntakken waar je wat zout water door laat lopen en opeens wordt het bier en de appeltaart drie keer zo duur.

Dit is wel een kuuroord optima forma. Grote hotels waarvan de luxe af spettert, een publiek van 70-plussers, met rollators, krukken en in rolstoelen. Wanneer je jongeren ziet begeleiden ze meestal een grijzend familielid die het verdelen van de erfenis nog even voor zich uit wil schuiven. Het kan natuurlijk ook dat ze het verdelen helemaal niet door willen laten gaan. Wanneer je hier maar lang genoeg bent is het nog maar de vraag of de man met de zeis het wel van je wint. Wat wel zeker is, is dat wanneer je hier lang genoeg bent er niets meer te verdelen is, want goedkoop is het allemaal niet.

Hoe het ook zij, het dorp heeft natuurlijk wel een USP, een Unique selling point. Het graderingswerk. We hebben gezien dat mensen zich serieus, volgens voorschriften, staan te wassen met het zoute water. Het heeft schijnbaar een bijzonder heilzame werking. Verder loopt er door de lekkende takkenbossenmuur een gang waar je door heen mag wandelen om de zoute lucht in te ademen. Wel even van te voren kijken hoe dat moet. Inademen, een stap, adem inhouden, nog een stap en bij de volgende stap weer uitademen. Je moet wel de loop er in houden. Dat is omdat er anders filevorming in de gang kan ontstaan. De stroom patiënten moet natuurlijk een vloeiend verloop hebben, net als de geldstroom richting kassa. Voor drie euro mag je er even doorheen ‘wademen’ zal ik het maar even noemen. Wanneer je erg kleine stappen neemt duurt het ongeveer 11 minuten voor je aan de andere kant bent. Wanneer je dan nog niet van je astma af bent ga je gewoon opnieuw langs de kassa voor nog een keer. Je moet maar zo denken, wanneer het niet helpt heb je gewoon niet hard genoeg geprobeerd.

Het kan niet anders zijn dan dat het geld hier met bakken naar binnen stroomt. De stad ziet er dan ook buitengewoon verzorgd uit en heeft ook een sjieke uitstraling. Je merkt het ook aan het publiek wat hier over het algemeen rond paradeert. Zo op het oog zijn het hoofdzakelijk de particuliere patiënten die hier rond lopen, waarschijnlijk die met een A-plus polis met uitgebreid extra pakket van Promovendum, de verzekering voor hoger opgeleiden. Hoe het ook zij, ik kan me kostelijk vermaken in dit soort oorden. Het liep echter al naar het einde van de middag en het werd rustig. Na een ijsje bij Gelateria Dolomiti zijn we richting ‘huis’ gegaan. Vanavond in de plaatselijke Biergarten gegeten. Nog even een stukje Duitse cultuur geproefd: Schnitzel mit bratkartoffelen. Het duurde even voor de meisjes in de keuken het klaar hadden, het waren waarschijnlijk invallers, maar de dirndl achter de bar maakte het meer dan goed. Met een brede lach op het gezicht bleef ze maar bier aanslepen, net zolang tot de schnitzels op tafel stonden. Een mooi besluit voor deze, bijna laatste dag.

Zondag 9 juli 2017: Op naar de volgende

Met nog 345 kilometer voor de wielen zijn we vanmorgen richting huis gegaan. Rond een uur of half tien kwam de bazin van de camping nog even langs met haar golfkar om te vragen of alles naar wens geweest was en dat ze hoopte ons nog een keer op de camping te zien. Ja, dat raadt je de koekoek, natuurlijk wil ze dat. Maar de vraag en de belangstelling kwamen zo natuurlijk over dat he het bijna zou doen, ware het niet dat twee keer op de zelfde camping eigenlijk niet in ons straatje past.

Om tien uur reden we de camping af;  binnen door natuurlijk om nog even het gevoel te rekken. Erg opschieten deed het niet maar dat hoefde van ons ook niet, we hadden de tijd. Ik heb het al eerder geschreven, op zondag zijn alle winkels dicht. Allemaal, behalve sommige bakkers. Bakkerijen met een conditorei er bij, een banketbakkerij om zo maar te zeggen, zijn vaak zondagochtend wel open. Terrasje er bij en bij mooi weer zit het helemaal vol. We troffen het, we kwamen er eentje tegen dus even een kop koffie gehaald, wat broodjes mee voor onderweg, dan hoeven we die droge kuch van gisteren niet op te eten. Later op de dag toch maar richting snelweg gegaan. We moesten nog een behoorlijk eind tot de grens en het schoot niets op. Op de snelweg schoot het ook niet geweldig op, ook hier weer veel werkzaamheden en het was erg druk. Het was al het begin van de avond toen we de caravan weer op het pad zetten.

Een tweede keer naar Duitsland heeft ons niet teleurgesteld. We zijn expres in het oosten begonnen omdat het ons daar tijdens de vorige reis erg bevallen is. We zaten toen in het noordoosten, rond en boven Berlijn in Mecklenburg-Vorpommeren, nu er onder in Saksen-Anhalt. Toch anders. Hadden we vorige keer echt nog het gevoel ons in Oost-Duitsland te bevinden, nu was dat een stuk minder. De omgeving is hier veel meer westers, mogelijk door de aanwezigheid en invloed van grote steden als Cottbus, Dresden en Leipzig hoewel Berlijn natuurlijk ook haar invloed doet gelden.

Wat ook opviel was dat achteraf niet iedereen echt stond te juichen dat De Muur gevallen was. We hebben verschillende mensen gesproken die erg sceptisch waren over het nieuwe Duitsland. We hebben het idee dat dat vooral de wat oudere werkende klasse was, de zekerheid op arbeid en inkomen was opeens een stuk minder. In de DDR waren die, wanneer je verder geen pretenties had, vrijwel zeker. Voor de wat ondernemender, kritische en creatieve geesten moet het wel een opluchting geweest zijn. Ook die zijn we tegengekomen. Zo zie je maar weer, ik schreef het al eerder, niet iedere verandering is een verbetering.

Dat geldt natuurlijk ook voor de verandering vakantie – werk. Het laatste staat al er al weer aan te komen maar gelukkig niet voor heel lang. We kunnen aftellen. Nog 51 dagen voor we weer op pad gaan. Misschien vinden jullie het leuk om dan weer mee te rijden. Jullie zijn van harte uitgenodigd.